Op een avond verliet een Wolf zijn hol. Hij had een opperbest humeur en enorme honger.
Terwijl hij vrolijk rende, wierp de ondergaande zon zijn schaduw ver op de grond. Het leek alsof de Wolf honderd keer groter was dan hij in werkelijkheid was.
“Wel,” riep de Wolf trots uit, “kijk eens hoe enorm groot ik ben! Stel dat ik op de loop moet gaan voor zo’n nietige Leeuw, dan zal ik hem toch eens laten zien wie er geschikt is om Koning te zijn, hij of ik!”
Op dat moment verduisterde een hele grote schaduw hem helemaal. Het volgende moment sloeg de Leeuw de Wolf neer, met slechts één enkele slag van zijn klauwen.

Auteursvermelding
Aesopus was een Griekse fabeldichter uit de zesde eeuw voor Christus, bekend om zijn korte verhalen met dieren als hoofdpersonages die menselijke tekortkomingen blootleggen. De Wolf en zijn Schaduw behoort tot de traditie van fabels waarin hoogmoed op een directe en onverbiddelijke manier bestraft wordt. Zijn verhalen worden al meer dan tweeduizend jaar doorgegeven en vormen de basis van de westerse fabelliteratuur.
