Raponsje

Er leefden eens een man en een vrouw naast een boze heks. In de tuin van de heks groeiden heerlijke, sappige raponsjes. Nu moet je weten dat je raponsjes kunt eten. Ze smaken heerlijk in een salade. De vrouw kon uren naar de raponsjes kijken en kreeg er elke dag meer en meer zin in om ze te eten. Nu was ze ook nog eens in verwachting en dat zorgt er ook weleens voor dat je zomaar ergens heel erg trek in kunt krijgen.

Op een dag ging de man wat voor haar plukken. Omdat zijn vrouw er zo van zat te smullen, wilde hij meer voor haar plukken.

‘Wat doe jij hier in mijn tuin?’ hoorde hij tot zijn grote schrik. Het was de heks! Ze zag er angstaanjagend gemeen uit. ‘Oh, neem me niet kwalijk,’ stotterde de man. ‘Ik wilde wat van de raponsjes plukken voor mijn vrouw. Ik weet natuurlijk dat dat niet zomaar mag. Mijn vrouw is zwanger en ze had er enorm veel trek in. Het spijt me heel erg.’

De heks antwoordde: ‘Als het zo is, zoals je het vertelt, mag je zoveel raponsjes plukken als je wilt. Op voorwaarde dat je mij het kind geeft als het geboren wordt. Het kind zal het goed bij me hebben en ik zal een goede moeder zijn.’


Je kunt je misschien voorstellen hoe bang de man was, want hij beloofde het kind aan de heks. En toen het meisje geboren werd, stond ze al aan de deur. ‘Ze zal Raponsje heten,’ zei de heks en nam haar meteen mee.

Raponsje was een beeldschoon meisje. Toen Raponsje twaalf jaar oud werd, sloot de heks haar op in een verlaten bos in een hoge toren. Er zat geen trap in en er was ook geen deur. Overdag ging de heks bij haar langs. Dan klom ze via het goudblonde haar van Raponsje in de toren.

Op een dag reed er een prins door het bos. Hij hoorde Raponsje zingen. Het geluid van haar stem was zo mooi, dat de prins er elke dag voor naar het bos ging. Daar zag hij hoe een heks via het haar van een prachtige jonge vrouw in de toren klom. Hij wachtte tot de heks de toren weer verliet.

‘Mooie dame, mag ik bij je in de toren komen?’ riep hij naar boven.

Raponsje schrok enorm, want ze had al lange tijd geen mensen gezien. Behalve de heks dan. Die zag ze elke dag. Ze liet de prins via haar gouden lokken naar boven komen.


En zo gebeurde het dat de prins haar elke avond bezocht, als de heks er niet was. Hij vroeg of ze met hem wilde trouwen. Dat wilde ze maar al te graag. Het was een knappe man en ook nog eens een prins!

Ze vroeg de prins bij elk bezoek een zijden lint te brengen. Daarmee zou ze een ladder vlechten om zo de toren te kunnen verlaten.

De heks wist de hele tijd van niks, tot de dag kwam dat Raponsje zichzelf per ongeluk verraadde. ‘Hoe komt het toch dat u zo zwaar bent, als ik u in de toren trek? U bent toch zeker twee keer zo zwaar als de prins, die er ook nog eens twee keer zo snel over doet?’

Toen de heks dit hoorde, barstte ze uit in woede. ‘Hoe durf je!’ riep ze naar Raponsje. Ze pakte een schaar en knipte in één beweging – hop! – het lange haar van Raponsje eraf.

Daarna bracht ze Raponsje naar een ver verlaten oord, wat niemand nog ooit had bezocht.

De heks wachtte die avond de prins in de toren op. Niets vermoedend klom hij via de vlecht van het haar van Raponsje de toren in. Wat was dat schrikken, toen hij de heks in plaats van Raponsje aantrof!

‘Jij, gluiperd! Jij zult Raponsje nooit meer zien!’ De heks haalde naar hem uit en hij viel uit het torenraam helemaal naar beneden. Toen hij bijkwam van de val, kon hij opeens niets meer zien. De heks had zijn ogen betoverd.

Nu hij niets zag, vond hij ook niet de weg naar zijn huis. Jaren dwaalde hij door het bos en leefde er van het water en de vruchten en planten.

Maar liefde brengt mensen, hoe ver zo ook van elkaar verwijderd zijn, altijd weer bij elkaar. Op een dag hoorde hij iemand zingen. Het was Raponsje! Raponsje leefde in het verlaten deel van het bos en had er een tweeling gekregen. Een jongen en een meisje. Toen ze haar prins zag, huilde ze tranen van geluk. Twee van haar tranen vielen in zijn ogen, en daarmee kon hij direct alles weer zien. Het had de betovering verbroken. De prins bracht Raponsje en hun tweeling mee naar zijn koninkrijk. Daar werden ze liefdevol ontvangen en leefden nog lang en gelukkig.

0Shares
0 replies on “Raponsje”