Graciosa en Percinet

Er was eens een koning en een prinses, genaamd Graciosa. De koningin leefde niet meer. De prinses was niet alleen beeldschoon, maar ook bijzonder lief en gehoorzaam. In het koninkrijk woonde ook een hertogin. Haar naam was Grognon, en net zo nors als haar naam klonk, zo lelijk en gemeen was deze vrouw.

Op een dag kwam de koning tijdens de jacht dichtbij het kasteel van Grognon. De hertogin wist van zijn komst en zorgde voor een ontmoeting. Ze vroeg hem vriendelijk een glas wijn te komen drinken. In het kasteel nam ze hem mee naar de wijnkelder. De koning was onder de indruk van de enorme hoeveelheid wijnvaten. ‘Wilt u Champagne? Een volle Bourgogne misschien? Een frisse Beaujolais?’ vroeg de hertogin. ‘Zijn deze wijnvaten allemaal van u?’ vroeg hij. ‘Ja,’ antwoordde ze, ‘en het zal mij heel blij maken als ik u een goed glas wijn mag aanbieden.’ De koning maakte zijn keuze en de hertogin opende de tap van een vat. In plaats van wijn stroomden er gouden munten uit. ‘Dat is vreemd,’ zei de hertogin, en ze opende een tap van een ander vat. Er stroomden parels en diamanten uit. ‘Wel, wat ik nu meemaak!’ riep ze uit. ‘Iemand heeft mijn wijn gestolen en deze rotzooi ervoor in de plaats gezet!’ ‘Nou,’ reageerde de koning, ‘met deze rotzooi zou je mijn hele koninkrijk kunnen kopen.’ ‘U mag het hebben,’ zei de hertogin, ‘als ik uw koningin zou mogen worden.’ De koning, die een groot liefhebber was van geld, antwoordde hebberig, ‘Zeker, ik zal morgen met u trouwen, als u dat wilt.’

Grognon liet weten dat ze alleen akkoord ging met een huwelijk als ze de volledige controle over prinses Graciosa zou krijgen. Ze was namelijk stiekem heel erg jaloers op de prinses. De koning dacht alleen aan de rijkdom en gaf direct zijn toestemming. Thuis vertelde hij Graciosa over zijn voorgenomen huwelijk met Grognon. Graciosa had alleen maar vreselijke dingen over de hertogin gehoord. Maar ze wilde het geluk van haar vader niet bederven en zei niets. Grognon koos voor het beste paard om daarmee naar het kasteel van de koning te gaan.

Graciosa liep gespannen naar een klein bos. Daar begon ze stilletjes te huilen. Opeens verscheen er een jonge schildknaap voor haar. ‘Prinses,’ zei de knappe jongeman, ‘ik ben Percinet. Ik ben al een hele tijd verliefd op jou. Ik heb de feeëngave om mezelf onzichtbaar te maken. Ik kom nu tevoorschijn om je te zeggen dat ik je hulp en troost wil zijn, omdat ik van je hou en met je wil trouwen.’ De prinses was onder de indruk van Percinet. Ze bleven een tijdje praten, tot Graciosa zich klaarmaakte voor de ontmoeting met Grognon. Ze stapte op haar prachtige paard en reed de hertogin tegemoet.

De hertogin zag dat het personeel alleen oog had voor de beeldschone Graciosa op het gracieuze paard. Ze werd woedend en beviel dat zij plaats mocht nemen op het paard van Graciosa. De prinses overhandigde het paard en toen Grognon het besteeg ging het als een dolle met de hertogin ervandoor. Uiteindelijk werd ze gered en sprak woedend tot de koning: ‘Die dochter van jou wilde me vermoorden. Ze zal daarvoor gestraft moeten worden.’ En ze beviel dat Graciosa door vier bedienden met de zweep zou worden geslagen.

Maar er gebeurde iets merkwaardigs. De zwepen veranderden bij elke slag in een veer en Graciosa voelde geen pijn, maar slechts een zachte tinteling. Eenmaal terug in haar kamer stond de feeënprins haar op te wachten. Hij adviseerde haar net te doen alsof ze veel pijn had door de wrede behandeling die ze had moeten doorstaan. De bruiloft vond vrij kort daarna plaats en werd uitbundig gevierd. Kort daarna gaf de koning toestemming voor een toernooi, waarbij zes dappere ridders van het hof moesten zeggen dat Grognon de mooiste dame ter wereld was. Eén ridder waagde het om dit te betwisten en verkondigde hardop dat Grognon de lelijkste vrouw in het universum was. De mooiste vrouw was Graciosa. Graciosa wist dat dit Percinet moest zijn, maar durfde niets te zeggen. De wedstrijd zou de volgende dag plaatsvinden. Grognon was woest en liet Graciosa midden in de nacht naar een bos brengen op honderd mijlen afstand, tussen de wolven, tijgers en beren.

Graciosa strompelde angstig en vertwijfeld in de duisternis door het bos en snikte: ‘Percinet, waar ben je?’ Terwijl ze sprak, verblindde een helder licht haar ogen. Het bos veranderde in een stad met glinsterende steegjes met aan het einde daarvan een paleis van kristal. Ze wist dat het gebeurde door haar feeënprins en daar stond hij voor haar, knapper en charmanter dan ooit. Hij bracht haar naar het paleis van zijn moeder, de feeënkoningin. Ze bleef er acht dagen tot ze hoorde dat haar vader dacht dat ze dood was. Haar stiefmoeder, de hertogin had hem dat wijs gemaakt. Percinet vroeg Graciosa met hem te trouwen, maar ze kon geen ja zeggen. Ze wilde haar vader zien.

Graciosa vroeg Percinet haar naar huis te brengen. Dan zou haar vader weten dat ze nog leefde en dat de hertogin een bedriegster was. Dus maakte Percinet zijn wagen in orde en toen ze erin wegreden zag Graciosa het feeënpaleis achter zich in stukken vallen. ‘Wat is dit?’ vroeg ze. ‘Prinses, mijn paleis bestaat slechts voor degenen die gestorven zijn. Je zult het pas weer zien als je dood bent,’ zei Percinet. ‘Prins, het spijt me dat je boos op me bent,’ zei Graciosa. Ze begreep dat haar vertrek en afwijzing moeilijk voor hem moest zijn.

Toen de prinses haar vader zag, had ze grote moeite hem ervan te overtuigen dat ze nog leefde. De hertogin wist de koning wijs te maken dat Graciosa niet de prinses was, maar slechts een jongedame die gewoon veel op haar leek. Graciosa werd voor het misleiden van de koning in de gevangenis gezet. Grognon raadpleegde een kwaadaardige fee. ‘Ik heb je hulp nodig,’ zei ze tegen de fee. ‘Ik heb een meisje in de gevangenis die de hoogste straf verdient. Help me elke dag haar een zware taak uit te voeren.’ De fee bracht een klos touw zo dik als vier personen, maar samengesteld uit breekbaar, fijn draad en zo verward dat het geen begin of einde had. Grognon bracht het naar Graciosa en zei; ‘Zie deze klos touw zo af te wikkelen, dat geen enkele draad breekt. Lukt het je niet, dan zal de straf je dood zijn.’ Graciosa nam het touw en direct braken honderden draden af. Vertwijfeld riep ze: ‘Percinet, help me toch.’ Meteen stond Percinet naast haar. ‘Zie mij, prinses, klaar om je te dienen, ook al heb je me verlaten.’ Hij raakte het touw aan met zijn toverstok, deze ontwarde zichzelf en wond zich in perfecte staat op. ‘Nog meer nodig?’ vroeg hij koeltjes. ‘Percinet, ik dank je voor je hulp.’ ‘Je kan ook met me meekomen en ons allebei gelukkig maken,’ zei de feeënprins. Maar Graciosa zei niets en Percinet verdween.

De volgende dag zag de hertogin dat de prinses haar taak had volbracht. De fee kreeg een snauw. ‘Zorg dat je nu iets verzint, waar ze nooit in zal slagen,’ siste ze naar de fee. De fee bracht een mand met miljoenen verschillende soorten veren. Graciosa kreeg de taak ze op vogelsoort te sorteren. Graciosa probeerde het geduldig, maar ze zag geen verschil in de veren en begon te huilen. ‘Percinet houdt niet meer van me, want anders was hij hier al geweest.’ ‘Hier ben ik, mijn prinses,’ riep een stem van onder de mand, en Percinet verscheen. Hij gaf drie tikken met zijn toverstok en de veren vlogen uit de mand en schikten zich in kleine hoopjes, elk van een andere vogel. ‘Hoe kan ik je ooit bedanken?’ vroeg Graciosa. ‘Hou van me!’ antwoordde de prins teder en vertrok.

Toen Grognon arriveerde, zag ze dat ook deze taak was volbracht. Woest stapte ze op de fee af, die een nieuwe list bedacht. Ze bracht een doos. ‘Geef deze doos aan de prinses en verbied haar hem te openen. Als ze zo slecht en ongehoorzaam is als jij zegt,’ zei ze tegen Grognon, ‘dan zal ze het doosje openen en kun jij haar passend straffen.’ Grognon nam de doos en beval Graciosa het naar haar kasteel te dragen en op een bepaalde tafel te zetten. Op geen enkele manier mocht ze het doosje openen. Graciosa vertrok en omdat ze moe en hongerig was, ging ze in het bos even uitrusten. Opeens kreeg ze een verlangen het doosje te openen. ‘Als ik hem nu eens open maak en er alleen maar even in kijk? Dan maak ik het meteen weer dicht. Ik neem er niets uit. Niemand zal daar iets van merken.’

Zonder na te denken over de gevolgen, tilde ze het deksel op. Onmiddellijk sprongen er tientallen kleine mensen uit. Ze sprongen de groene weide in en verdeelden zich in verschillende groepen. Graciosa probeerde ze te pakken, maar ze maakten er een spelletje van om telkens weg te rennen. Opnieuw riep ze Percinet om hulp en opnieuw verscheen hij. Met zijn toverstok stuurde hij alle kleine mensjes weer terug in de doos. Toen Grognon zag dat ze haar taak weer had volbracht, barstte ze in woede uit. Ze liet een groot gat in de tuin graven en nam de prinses daarheen. ‘Onder deze steen ligt een grote schat. Til hem op en je zult het zien.’ Graciosa gehoorzaamde, en terwijl ze aan de rand stond, duwde Grognon haar in het gat en liet de steen op haar vallen. Hierna leek er geen hoop meer voor de arme prinses.

‘O Percinet, ‘zei ze, ‘waarom heb ik je liefde niet beantwoord en ben ik niet met je getrouwd?’ Terwijl ze sprak, zag ze door de lege duisternis een sprankje licht. Het kwam door een kleine deur. Ze dacht aan wat Percinet had gezegd. Dat ze het feeënkasteel weer zou zien na haar dood. Dus kroop ze door het deurtje en kwam terecht in een prachtige tuin. Ze wist dat ze hier Percinet zou zien. Inderdaad, daar stond hij al op haar te wachten. Over Graciosa’s wangen stroomden tranen van geluk. Ze trouwde met Percinet en ze leefden voor altijd samen en waren heel gelukkig.

0Shares
0 replies on “Graciosa en Percinet”