De Meester-Zeevaarder

Er was eens een knappe jonge visser die tijdens het vissen werd verrast door een gevecht dat plaatsvond in het water. Het was een felle strijd die gevoerd werd tussen een merkwaardig wezen en een rode vis. Het wezen was half man en half vis. De visser zag dat de man op het punt stond gedood te worden door de vis. Hij greep in met een speer die hij aan boord had liggen en doodde de vis.

Het wezen greep met zijn zwemvliezen de reling van de boot vast en zei tegen de visser: ‘Ik ben de Koning van de Grotten van de Zee. Je hebt mijn leven gered en daarom zal ik je belonen. Neem deze talisman in de vorm van een kleine zilveren vis. Het zal je geluk brengen. Als je ooit in dodelijk gevaar komt, hoef je de vis alleen maar in de zee te werpen. Het zal naar mij toe komen en ik zal je helpen.’ De visser bedankte de Koning van de Grotten van de Zee en hing de talisman aan een ketting en droeg hem om zijn nek.

Vanaf die dag lachte het geluk de visser toe. Zijn boot lekte nooit. Nooit kwam hij in een storm terecht. De vissen leken als vanzelf naar zijn netten te zwemmen om gevangen te worden. Binnen twee jaar was hij zo rijk geworden dat hij het mooiste koopvaardijschip ter wereld kon kopen en meester-zeevaarder werd. Met het prachtige schip voer de meester-zeevaarder naar de mooiste plekken op aarde. Daar verdiende hij goed geld met de inkoop en verkoop van waardevolle voorwerpen.

Op een dag zeilde zijn schip naar de haven van de Oostelijke Eilanden. Op een markt werden verschillende waren aangeboden, van felgekleurde vogels tot schitterende koperen voorwerpen. Er bevond zich een kraam tussen met verschillende gevulde leren tassen. ‘Wat zit er in de tassen?’ vroeg de meester-zeevaarder aan de verkoper. ‘Deze tassen zijn gevuld met verschillende soorten wind,’ antwoordde de man. ‘Als je naar het zuiden gaat, heb ik hier een tas voor je met zeer betrouwbare noordwestenwind.’ Hij wees naar één van de bruine tassen. ‘Als je naar het oosten gaat, heb ik hier één van de best gesorteerde westelijke windstoten. Ik verkoop ze vandaag voor een zeer lage prijs.’ ‘Geef mij maar een goede oostenwind,’ zei de meester-zeevaarder. Hij betaalde er vijftig goudstukken voor en nam de tas mee. Nu leken de tassen erg veel op elkaar en de winkelier had zich vergist in de inhoud van de tas. In plaats van een oostenwind had de meester-zeevaarder een tas met een verschrikkelijke storm gekocht.

Opnieuw op zee, zette de meester-zeevaarder koers naar Zijdeland. Het was het land dat geregeerd werd door de mooiste prinses van alle prinsessen. De prinses zag het prachtige schip de haven in varen en wilde zo snel mogelijk kennis maken met de kapitein.

De volgende ochtend bracht de prinses een bezoek aan het schip. Op het dek lagen de mooiste, kostbare tapijten. De prinses was onder de indruk, en niet alleen van de kostbaarheden, maar vooral ook van de kapitein. Nauwelijks had de jonge kapitein twee of drie keer zijn mooie ogen op haar gericht of ze begon te geloven dat dit de meest knappe en dappere jongen was die ze ooit had gezien. De meester-zeevaarder was op zijn beurt hals over kop verliefd geworden op de prinses.

De prinses mocht uitzoeken welke geschenken ze graag zou aannemen. Ze gaf opdracht om een aantal van de kostbaarheden naar het paleis te brengen. Ze keek belangstellend naar de zilveren vis op die de zeeman droeg. ‘Wat is dat een mooie zilveren vis,’ zei de prinses. ‘Het is een cadeautje wat ik ooit eens gekregen heb van een vriend,’ antwoordde de meester-zeevaarder. Toen hij zag dat de prinses wel heel erg veel interesse had in de talisman, wilde hij het haar graag geven. ‘Ik schenk het je,’ zei hij en hing de hanger om haar nek.

De kapitein verbleef met zijn bemanning een paar dagen in het land van de prinses. Daarna moest de reis verder met een nieuwe lading handel aan boord. Maar waar de kapitein ook heenging, het beeld van de mooie prinses van Zijdeland reisde met hem mee. Drie maanden verstreken. De prinses hoopte dat de meester-zeevaarder terug zou keren naar Zijdeland. Op een ochtend naderde een schip de haven. De prinses was in de veronderstelling dat dit het schip van haar geliefde zeeman was, maar dat was het niet.

Het was een piratenschip! De kapitein van het schip had een klus aangenomen van de oude koning van het Oestergebergte. Hij zou de prinses gevangen nemen om haar uit te leveren aan de oude koning die zijn zinnen op haar had gezet. Eenmaal aan land gekomen, plunderden de piraten de hele stad en de mensen werden opgesloten. De prinses probeerde zich te verschuilen, maar ze werd toch gevonden en gevangengenomen. In de tussentijd bereikte ook het schip van de meester-zeevaarder Zijdeland. De bemanning van het schip vocht met man en macht om de piraten te overmeesteren. Maar bij de gevechten kreeg de meester-zeevaarder een klap op zijn hoofd waarbij hij bewusteloos raakte. Zijn bemanning wist niet meer wat te doen en verloor daardoor de strijd.

De prinses werd samen met de meester-zeevaarder naar het piratenschip gebracht en vervolgens namen de piraten het prachtige koopvaardijschip in bezit. Het piratenschip werd in brand gestoken en de piraten maakten zich klaar voor de reis naar het Oestergebergte. Aan boord werd de opbrengst van de buit geteld. Het was zoveel, dat ze daar wel een uur mee bezig waren. Toen ze klaar waren met het tellen werd de meester-zeevaarder tevoorschijn gehaald. ‘Dus je dacht dat je mij wel aankon?’ brulde de wrede kapitein. ‘Ik zal je laten zien wat er gebeurt met mensen die mijn plannen willen dwarsbomen.’ Daarna gaf hij één van de piraten het bevel de meester-zeevaarder overboord te gooien. Plons! Daar viel de zeeman in de inktzwarte zee. Gelukkig kon hij zwemmen en wist hij een stuk hout te bemachtigen waar hij zich aan kon vastklampen.

De gemene kapitein richtte zich daarna tot de prinses. De piraten hadden haar vastgebonden aan de mast.‘Welnu, mijn schoonheid, ga je besluiten om de vrouw te worden van de koning van het Oestergebergte?’ De prinses deinsde vol afschuw voor hem terug. De piraat greep haar bij de keel, waarbij de zilveren vis van haar nek op het dek viel. Op dat moment rolden dikke wolken zwarte mist vanuit de kajuit het dek over. Eén van de nieuwsgierige piraten had de tas met de verschrikkelijke storm gevonden en opengemaakt. De vreemde wolken werden elke seconde donkerder en dichter. Er barstte een storm los met de kracht van een explosie.

De complete bemanning sloeg overboord, inclusief de kapitein. De prinses was de enige die zich nog op het schip bevond. Het touw waaraan ze aan de mast was vastgebonden, was haar redding geweest.

De zilveren vis was door het water tot leven gekomen en schoot over de reling de zee in. De storm hield aan en de prinses was doodsbang. Haar angst werd nog groter toen ze zag dat het schip op een rotsachtig eiland afvoer. Ook de meester-zeevaarder was door de storm richting het rotsachtige eiland geblazen. Daar steeg de Koning van de Grotten van de Zee op uit het water. De zilveren vis had hem geroepen. De koning nam de zeeman in zijn met zwemvliezen bedekte handen en zwom met hem naar een veilige plaats. Daar zagen ze het schip met de prinses vastgebonden aan de mast. ‘Oh, red haar! Red de prinses!’ riep de meester-zeevaarder. De Koning van de Grotten van de Zee strekte zijn handen uit over het eiland en sprak een vreemd en geheimzinnig woord uit. De kracht daarvan was enorm. De storm ging liggen en het eiland kreeg in een flits een veilige haven.

Er was wonderlijk helemaal niets kapot gegaan op het schip. De prinses was niet gewond en de lading was ook goed bewaard gebleven. De meester-zeevaarder zeilde met de prinses terug naar Zijdeland en bracht alle eigendommen terug naar het volk. Groot was de vreugde. Maar de vreugde werd nog vele malen groter toen de meester-zeevaarder met de prinses trouwde.

0Shares
0 replies on “De Meester-Zeevaarder”