De Vogeljongen

Er was eens een koningin die erg veel van vogels hield. Ze keek graag uit het raam om de gevleugelde beestjes te bewonderen.

Op een dag zag ze een zwerm vogels voorbij trekken. ‘Oh mooie, blije vogels, wat zou ik graag een zoontje met vleugels willen hebben.’

Het volgende jaar gebeurde het dat de koningin een baby kreeg met vleugels op zijn schouders. De koning was daar echter helemaal niet blij mee. Hij vond het maar vreemd, want hij had nog nooit zoiets gezien.

Nu kreeg de koning advies van een slechte raadgever, genaamd Malefico. Hij vertelde de koning dat de koningin een tovenares was. De koningin werd daarom met haar baby op bevel van de koning opgesloten in een oude toren die op een grote rots uitkeek over de noordelijke zee.

Na twee dagen kwam een gevangenisbewaarder om het kind mee te nemen en te doden. Toen de koningin dat hoorde, greep ze haar zoontje uit zijn wieg om hem met al haar macht te beschermen. Ze kon het echter niet winnen van de gevangenisbewaarder en tuimelde achterover het raam uit, zo de diepe zee in.

Ze zou zeker door de zee zijn opgeslokt, als een goede geest van de oceaan geen medelijden met haar had gehad. Voordat ze in het water plonsde, veranderde de geest de koningin in een grote grijze vogel. Treurig cirkelde de vogel driemaal om de oude toren waarna ze verdween.

Nu was de gevangenisbewaarder geen slechte man en hij kon het niet over zijn hart verkrijgen de wrede taak die hij van de koning had gekregen uit te voeren. Hij kon toch zeker geen onschuldig kind doden? Dus bracht hij de jonge vogeljongen naar zijn familie. Het waren houtskoolbranders die vele mijlen verderop woonden in het donkere bos. In deze familie leefde de vogeljongen tot hij vijf jaar oud was. Elk jaar, op de verjaardag van de jongen, kwam er een grote grijze vogel over het bos vliegen. De vogel cirkelde driemaal rond de hut van de familie en verdween daarna weer.

Op een dag kwam een koning met zijn jonge koningin jagen in het bos. De vogeljongen rende met zijn twee pleegbroers naar buiten om het koningsechtpaar te zien.

‘Kijk eens,’ zei de koningin, ‘die kleine jongen heeft vleugels! Ik zou hem graag meenemen naar ons kasteel. Hij zou een leuk speelkameraadje zijn voor onze Rosabella.’

De koning betaalde de houtskoolbrander vijftig gouden munten en nam de vogeljongen mee naar zijn kasteel.

De vogeljongen werd de meest geliefde speelkameraad van Rosabella, het enige kind van de koningin. Zoals de vogeljongen het mooiste jongetje van de wereld was, was Rosabella het mooiste meisje. Ze was ook een lief en goedhartig meisje.

Twaalf jaar ging voorbij. Elk jaar, op de verjaardag van de jongen, kwam er een grote grijze vogel driemaal rond het kasteel cirkelen.

Toen de vogeljongen en Rosabella zeventien jaar oud waren, moest de koning ten strijde gaan om zijn koninkrijk te verdedigen. Ze werden namelijk aangevallen door de slechte Malefico. Deze had het koninkrijk na de dood van zijn koning overgenomen.

Er ging een maand voorbij waarin geen bericht van de koning kwam. Tot er een regenachtige dag aanbrak waarop een boodschapper slecht nieuws bracht. De koning was verslagen en de soldaten van Malefico waren onderweg om het kasteel op te eisen.

De soldaten waren er zo snel, dat de koningin geen kans had gezien om te vluchten. Een tiental soldaten omcirkelden de koningin, Rosabella en de vogeljongen en brachten hen naar Malefico.

Malefico herkende de vogeljongen en was zeer verbaasd. De jongen hoorde toch dood te zijn? Dit zou ook betekenen, dat de vogeljongen de rechtmatige opvolger van zijn koning was. Dus bedacht Malefico een wreed plan.

Hij liet het volk weten dat de vogeljongen geen mensenjongen was, maar een heksenkind. De goede koning liet hij ervan beschuldigen dat deze een heks zou hebben beschermd. Dit zou voor beiden de doodstraf betekenen. Hierna liet hij de koning en koningin, Rosabella en de vogeljongen opsluiten in een oude kerkertoren in afwachting van hun straf.

Op het plein nam Malefico plaats om de uitvoering van de doodstraf goed te kunnen zien.

‘Ze zullen ons spoedig komen halen,’ zei de koning tegen de vogeljongen.

En ja hoor, ze hoorden het gerinkel van de sleutels van de gevangenisbewaarder onder aan de trap.

Plotseling vervaagde het zonlicht in de kamer snel in een vreemde grijze duisternis. De vogeljongen rende naar het raam om te zien of er een storm op komst was. Het was geen storm, maar een zwerm van honderdduizenden grote grijze vogels. Voor de zwerm vloog een eenzame vogel. De vogels lieten elk een grote strandsteen vallen. Daarmee regende het een lange minuut honderdduizenden stenen uit de hemel.

Toen de storm voorbij was, lagen Malefico en zijn wrede handlangers begraven onder een heuvel stenen.

De koning en de koningin, Rosabella en de vogeljongen renden de trap af in de richting van het plein. Daar landde de grijze vogel, die de wolk had geleid, aan hun voeten. Direct na de landing veranderde de vogel terug in de gedaante van de moeder van de vogeljongen. Ze vertelde hem wat er in het verleden was gebeurd. Ook vertelde ze hoe ze jaar in, jaar uit over hem had gewaakt en hoe ze de vogels had verzameld om hem te redden.

De soldaten hoorden het verhaal van hun voormalige koningin aan. Ze besloten de vogeljongen te accepteren als hun rechtmatige koning en brachten hem terug naar zijn eigen land.

Daar werd de vogeljongen koning en trouwde met Rosabella en ze leefden nog lang en gelukkig!

0Shares
0 replies on “De Vogeljongen”