Prins Nies

Er waren eens een koning en een koningin die een schitterend feest gaven ter ere van de doop van hun pasgeboren zoon, Prins Rolandor. Nadat alle uitnodigingen verzonden waren, ging de koningin de keuken in om te checken of daar alles volgens plan verliep. De enorme aardbeientaart was het kroonstuk van het feestmaal. In de grote zaal van het kasteel werd koffie, thee en limonade geschonken met daarbij een stuk van de aardbeientaart.

De koningin merkte op dat de gasten aan de rechterkant van de zaal niet bediend werden met aardbeientaart. Ze vroeg de chef-kok waarom, en die fluisterde haar toe: ‘Majesteit, de aardbeientaart is op.’ De koningin werd bleek. ‘Heb je nog genoeg andere gebakjes?’ stamelde ze. ‘Ja, Majesteit,’ antwoordde de kok. ‘Serveer die dan maar meteen,’ beval ze de kok.

De kok trok zich terug en de koningin wilde juist haar speech gaan houden, toen er een luide stem boven het geroezemoes van de zaal plotseling zei: ‘Waar is mijn stuk aardbeientaart?’ Het was de oude fee Malvolia uit het Koninkrijk van de Zwarte Bergen. Ze stond op, starend naar haar bord, waarop zojuist een kleine bananensoes was geserveerd. ‘Waar is mijn stuk aardbeientaart?’ riep ze weer. ‘Oh, het spijt me heel erg,’ zei de koningin, ‘maar de aardbeientaart is op.’

‘Je gaat me toch niet vertellen dat je alleen genoeg hebt gemaakt voor je persoonlijke vrienden?’ riep Malvolia uiterst verontwaardigd. ‘We zullen er meteen een paar van de bakker laten halen,’ opperde de koning. ‘Oh ja, door de koningin zelfgebakken taart is alleen voor persoonlijke vrienden, maar ik mag genoegen nemen met een goedkope bananensoes?’ brulde Malvolia. ‘Het Koninkrijk van de Zwarte Bergen is hiermee diep gekwetst!’

‘Nee, nee, nee,’ riep het koningsechtpaar, ‘het is zeker niet met opzet gedaan, het is gewoon domme pech.’ ‘Nou, ik beschouw de hele affaire als een opzettelijke belediging,’ draafde Malvolia door. Met stemverheffing vervolgde ze: ‘Ik zal deze vernedering jullie duur betaald zetten! Elke keer als de prins niest, verandert er iets, tot….’

Op dat moment blies er een noordoostenwind door de open ramen van de hal. De laatste zin van Malvolia werd door de wind meegenomen. De boze fee veranderde zichzelf in een raaf en vloog weg. Het koninklijke echtpaar hoorde de kleine prins huilen. Zijn gezicht was roze en dik en hij moest verschrikkelijk niezen. Een luide donderslag volgde en de astroloog veranderde in een astrologische klok.

De koningin liet de dokter komen om raad te vragen wat zij konden doen om het niezen van de prins te voorkomen. ‘De prins moet beschermd worden tegen alles wat het niezen teweegbrengt,’ zei de dokter. ‘Bescherm hem tegen verkoudheid door hem goed warm te kleden. Als zijne kleine hoogheid ouder wordt, is het gebruik van peper uit den boze. Heeft u misschien een kasteel in de bergen? Laat de kleine prins daar dan wonen, omwille van de zuivere lucht.’ ‘We zullen hem naar de toren op de Gouden Berg brengen,’ zuchtte de koning.

De koning en de koningin waren niet blij hun kind ergens anders op te laten groeien. Maar ze moesten wel. Want bij elke nies vond er een akelige verandering in het paleis plaats. De vrouw van de dokter, die ziekenverpleegster was geweest, ging met de prins mee om voor hem te zorgen. Drie keer per week, op maandag, woensdag en vrijdag bezochten de koning en koningin hun kind.

De jaren gingen voorbij en de prins werd een knappe, kleine jongen. Hij kreeg les van de beste geleerden en leerde alle dingen die een prins zou moeten weten. Maar van het echte leven wist hij bijna helemaal niets. De Franse poedel Poldo was zijn beste en trouwste vriend. Tijdens het verblijf in de toren, niesde de prins slechts drie keer. Niet veel, maar het veroorzaakte elke keer wel veel chaos.

Toen de eenentwintigste verjaardag van de prins naderde, zag de prins er treurig uit. Zijn hond Poldo vroeg hem: ‘Waarom ben je zo verdrietig, meester?’ ‘Om mijn lot,’ antwoordde de prins. Ik vind het verschrikkelijk dat ik nooit de wereld zal zien.’ De poedel was even stil. Toen zei hij: ‘Prins Rolander, geef de moed niet op. Ik kan mijn oude vriend, de reus van de Noordpool opzoeken. Hij heeft een grote kist vol geheimen die de wind heeft meegenomen. Misschien zitten de woorden van Malvolia er ook tussen!’

De prins liet de hond gaan en na een lange reis klopte hij aan bij de reus. De reus vroeg hem wat hij voor hem kon doen. ‘Ik zoek een paar woorden van de fee Malvolia die bij de doop van Prins Rolandor door de noordoostenwind zijn meegenomen,’ antwoordde de poedel. Gelukkig kon de reus de woorden van Malvolia’s betovering vinden: ‘..tot hij iemand vindt die dapper genoeg is om met hem te trouwen.’

De poedel leerde de woorden uit zijn hoofd, bedankte de reus en haastte zich naar de koning en de koningin. ‘Heb je de laatste zin gevonden?’ vroeg de koningin. ‘Ja,’ zei Poldo, ‘de betovering zal eindigen als de prins trouwt.’ Dezelfde avond stuurde de koning boodschappers naar verschillende koninkrijken. Maar er was geen enkele prinses die het aandurfde met prins Rolander te trouwen. Ze waren allemaal bang om zelf betoverd te worden.

Eindelijk was het de laatste prinses in heel Sprookjesland, die zei dat ze wel met de prins wilde trouwen. Ze was ook betoverd, en wel door een jaloerse heks. Haar prachtige gouden haarlokken waren omgetoverd in knalblauw haar en haar neus was wel dertig centimeter lang. Het was een vreemd gezicht toen de knappe prins zijn lelijke bruid naar het altaar leidde. De huwelijksplechtigheid was nog niet voorbij toen de prins een nies aan voelde komen. Hoe goed hij zijn best deed de nies te onderdrukken, het lukte hem uiteindelijk niet.

‘Hatsjoe!!!’ Er volgde een geweldige donderslag en op dat moment gebeurde er veel. De betoveringen in het koninkrijk werden verbroken en alles keerde terug in de oude staat. Ook de bruid werd weer haar lieve en mooie zelf. Het huwelijk werd voltooid en direct daarna ging de prins met zijn bruid op huwelijksreis naar betoverende eilanden. Ze leefden nog lang en gelukkig.

0Shares
0 replies on “Prins Nies”