Reinaart de Vos

Koning Nobel de Leeuw zou eens een grote rechtszitting houden om vonnis te vellen over de vele misdaden van Reinaart de Vos. Hij had namelijk Izegrim de Wolf en diens vrouw bespot, ook had hij van Wakker de Hond de laatste worstjes gestolen en van Kantekleer de Haan alle kinderen opgegeten. Ja, Reinaart had zoveel streken uitgehaald dat Koning Nobel aan Bruin de Beer had gevraagd om hem naar de rechtbank te brengen.

Dus Bruin de Beer ging op weg naar Kasteel Malepart waar Reinaart, ook wel Reintje genoemd, woonde. Eenmaal aangekomen riep hij luid: ‘Heer Neef, doe open! Ik kom als afgezant van de Koning en daag u voor het gerecht.’

Reintje hoorde dit en probeerde snel een list te verzinnen. Vriendelijk ging hij Bruin tegemoet en zei: ‘Dag, beste oom! Ik zou uiteraard graag meegaan, maar ik heb last van mijn maag.’

‘Oh, wat is er aan de hand?’, vroeg Bruin de Beer. ‘Honing’, antwoorde Reintje. ‘Normaal eet ik dat niet, maar ik had zo’n honger.’

Bruin de Beer begon direct te watertanden toen hij over de honing hoorde en vroeg of Reintje misschien ook wat voor hem had. ‘Natuurlijk’, zei Reintje en hij bracht Bruin naar de tuin van timmerman Rust. Hier lag een gespleten boomstam vol met honing. ‘Steek je hoofd hier maar diep in’, zei Reintje.

Bruin, die zich van geen kwaad bewust was, deed dat en kwam direct vast te zitten. Reintje maakte dat hij wegkwam. Brullend van de pijn en met de grootst mogelijke moeite haalde Bruin zijn hoofd uit de boomstam, maar zijn voeten bleven vastzitten. Reintje lachte hem uit en vluchtte naar zijn kasteel.

Door de herrie kwam timmerman Rust polshoogte nemen en trof een beer aan in zijn achtertuin. Uit angst riep hij snel alle andere mensen uit het dorp om de beer dood te maken. Gelukkig kon Bruin zich op tijd losmaken, maar daarbij bezeerde hij zijn poot. Woedend keerde Bruin terug naar het hof van Koning Nobel.

Toen de Koning het hele verhaal van Bruin had gehoord was ook hij woedend en beloofde wraak te nemen. Hij zond nu Hein de Kater om Reintje op te halen. Toen Hein in Malepart aankwam en zijn boodschap had gemeld, bood Reintje hem aan om naar een plaats te gaan waar zeer veel muizen waren, dan kon hij zich wat te goed doen na zijn reis.

Hij bracht de kater naar de schuur van de Pastoor. In de muur van de schuur had Reintje een gat gemaakt om gemakkelijk een kippetje te kunnen stelen. De pastoor was hier echter op bedacht en had een valstrik opgezet. Toen Hein de Kater door het gat krap op zoek naar muizen, kwam hij in plaats van Reintje vast te zitten.

Hein smeekte de vos om hem te helpen, maar Reintje lachte hem uit en maakte dat hij wegkwam. Toen de Pastoor in de schuur kwam en de gevangene zag, dacht hij dat het Reintje, de dief was. Hij verzamelde snel zijn dienstboden en samen wilden ze de gevangene van het leven beroven. Gelukkig kon Hein de valstrik kapot knagen, maar hij bezeerde bij de ontsnapping wel zijn oog.

Toen de Koning het verhaal van Hein hoorde was hij furieus en stuurde nu Grimbaard de Das om Reintje op te halen. En warempel, het lukte Grimbaard om Reintje naar het hof te laten komen. Ter plekke werden alle beschuldigingen voorgelezen. Het zag er niet goed uit voor Reintje. Maar toen Reintje over de grote schat in Vlaanderen begon te spreken, werd de Koning ineens mild.

In ruil voor de schat, zou Reintje genade krijgen. Bellijn de Ram en Lampe de Haas zouden voor de zekerheid meegaan om de schat op te halen. Eenmaal aangekomen in Malepart liet Reintje de ram buiten wachten en ging samen met de haas naar binnen. Maar nauwelijks waren ze binnen of Reintje beet de haas dood en at hem op.

Het hoofd van de haas gaf Reintje als boodschap voor de Koning mee aan Bellijn de Ram. De Koning was buiten zichzelf van woede en liet Reintje met geweld uit zijn woning halen, maar Reintje was een handige prater. En binnen een mum van tijd had hij de Koning ervan overtuigd dat Bellijn de Ram de schuldige was en hijzelf onschuldig.

Hij wilde zelfs om zijn vrijheid vechten met Izegrim de Wolf. Zijn aanbod werd aangenomen en Reintje de Vos was ook de Wolf te slim af. Nu sprak Koning Nobel hem vrij, maakte hem tot baron en raadsheer en bracht hem in een optocht naar zijn kasteel Malepart.

0Shares
0 replies on “Reinaart de Vos”