De Reisgenoot

Hans Christian Andersen


De Reisgenoot

Toen de vader van Johannes stierf, was de jongen ontzettend verdrietig. Een moeder had hij al niet meer, dus nu bleef hij helemaal alleen achter. Daarom besloot hij om de dag na de begrafenis op pad te gaan.


De Reisgenoot

De eerste nacht moest hij buiten in het hooi slapen, maar dat vond Johannes helemaal niet erg. Het was mooi weer en de maan stond helder aan de hemel. Die nacht droomde Johannes over een schitterend meisje met een gouden kroon op haar hoofd. Ook zag hij zijn vader die tegen hem zei: ‘Leef altijd goed, Johannes! Kijk wat een mooie bruid je dan zult krijgen.’ De volgende ochtend werd Johannes tevreden wakker en nam zich voor om altijd goed en lief te zijn.

De volgende avond werd het vreselijk weer en Johannes kon niet buiten slapen. Daarom besloot hij te schuilen in een klein kerkje. Hij ging in een hoekje zitten en viel in slaap. Rond middernacht werd hij wakker van stemmen. In het maanlicht zag hij dat er middenin de kerk een doodskist stond, met een man die nog niet begraven was. Om de kist stonden twee slechte mannen, die de dode man kwaad wilden doen. ‘Hé! Wat zijn jullie aan het doen?’ zei Johannes dapper. ‘Die man is ons nog geld schuldig, maar nou is hij dood en krijgen wij niks. Daarom willen we hem als wraak buiten de kerk gooien.’ ‘Jullie mogen mijn geld hebben,’ zei Johannes, ‘Het is niet veel, maar het is mijn hele erfenis. Maar dan moeten jullie de man wel met rust laten.’ De twee slechte mannen lachten, namen het geld aan en liepen weg.


De Reisgenoot

Toen Johannes de ochtend daarna verder liep, hoorde hij een zware mannenstem roepen. ‘Hé vriend, waar ga jij heen?’ zei de vreemdeling. ‘Ik ga de wijde wereld in,’ antwoordde Johannes. ‘Ik ook,’ zei de vreemdeling, ‘zullen we samen gaan?’ Dat wilde Johannes wel en al snel werden het goede vrienden.

De reisgenoot bleek een aparte man te zijn. Niet alleen wist hij heel veel over de wereld, ook had hij een magisch zalfje. Hiermee genas hij het gebroken been van een oud vrouwtje en wekte hij de poppen van een poppenspeler tot leven. In ruil hiervoor kreeg hij van het vrouwtje drie bezems en van de poppenspeler een zwaard. Dat zwaard kwam goed van pas toen ze een dode zwaan tegenkwamen en de reisgenoot de vleugels graag mee wilde nemen.

Niet veel later kwamen ze bij de stad waar de koning woonde. Hier hoorden ze dat de koning een goede man was, maar dat zijn dochter een boze prinses was. Elke man die met haar wilde trouwen, moest drie raadsels goed beantwoorden. Lukte dat niet, dan liet zij hem vermoorden. Veel mannen hadden het geprobeerd, maar het was niemand gelukt.

De dag daarna zag Johannes de prinses door de straten rijden. Wat was ze mooi en wat leek ze op het meisje dat hij in zijn droom gezien had! Zij kon toch niet slecht zijn? Direct besloot hij dat hij met haar wilde trouwen. En hoewel iedereen het hem afraadde, ging hij het toch proberen.

Terwijl Johannes lag te slapen, had de reisgenoot een plan. Hij bond de vleugels van de zwaan op zijn rug en nam een bezem van de oude vrouw mee. Daarna vloog hij naar het kasteel. Hier zag hij hoe de prinses met grote zwarte vleugels haar kamerraam uitvloog. De reisgenoot maakte zich onzichtbaar en vloog achter haar aan terwijl hij haar sloeg met de bezem. Bij de hoge berg aangekomen, gingen zij een grot in. Hier hield een lelijke trol een feest. De reisgenoot hoorde precies dat de prinses vertelde dat er een nieuwe vrijer om haar hand kwam vragen en dat de trol antwoordde dat zij hem moest laten raden waar ze aan dacht. En dat zij dan aan haar schoen moest denken.


De Reisgenoot

De volgende ochtend vertelde de reisgenoot dat hij over de prinses gedroomd had en dat zij aan haar schoen zou denken. Johannes geloofde hem meteen. Dit moest een teken zijn! Hij ging naar het kasteel en antwoordde zonder aarzelen op de vraag van de prinses. O wat was ze verbaasd toen hij het goed had!

Die avond deed de reisgenoot precies hetzelfde en deze keer hoorde hij dat de prinses aan haar handschoen zou denken. En weer had Johannes het de volgende dag goed. Die avond keerde de reisgenoot weer terug naar het paleis. Hij volgde de prinses, zag hoe ze met de trol danste en volgde hen toen ze terug vlogen naar het kasteel. Hier fluisterde de trol: ‘Denk aan mijn hoofd.’ En terwijl de prinses weer in haar kamer was, hakte de reisgenoot het hoofd van de lelijke trol af. Dit stopte hij in een zakdoek en hij vertelde Johannes de ochtend daarna dat hij het pakketje bij de prinses open zou moeten maken.

Wat schrok iedereen bij het zien van het trollenhoofd, maar Johannes had de prinses wel goed antwoord gegeven. Die avond trouwden ze. De prinses was doodongelukkig, maar gelukkig had de reisgenoot Johannes verteld hoe hij haar betovering op kon heffen. Vanaf dat moment hield de prinses heel veel van Johannes.


De Reisgenoot

De dag na de bruiloft kwam de reisgenoot afscheid nemen. ‘Ik moet nu gaan,’ zei hij, ‘Ik heb mijn schuld aan je betaald. Ik ben de dode man, van wie je de schuld hebt afbetaald aan die slechte mannen. Dank je wel.’ En met die woorden verdween hij. En Johannes en zijn prinses leefden nog lang en gelukkig

Download de PDF van De Reisgenoot met plaatjes