De Grote Klaas en de Kleine Klaas

Hans Christian Andersen


De Grote Klaas en de Kleine Klaas

Lang geleden, in een dorp hier ver vandaan, woonden twee mensen met dezelfde naam. Daarom noemde men de ene man Grote Klaas en de andere Kleine Klaas. Grote Klaas had vier paarden en Kleine Klaas maar eentje. Doordeweeks moest Kleine Klaas Grote Klaas helpen met ploegen. Op zondag mocht Kleine Klaas de vier paarden van Grote Klaas lenen om zijn land te ploegen. Elke keer als er iemand langsliep riep Kleine Klaas 'Hup, mijn paardjes!', zodat iedereen dacht dat hij vijf paarden had.

Grote Klaas zei: 'Zeg niet dat het jouw paarden zijn, anders sla ik jouw paard dood.' Maar Kleine Klaas kon het niet laten. Dus sloeg Grote Klaas het paard van Kleine Klaas dood. Kleine Klaas keek er met open mond naar. 'Nu heb ik geen paard meer!', huilde hij.


De Grote Klaas en de Kleine Klaas

Om toch nog iets aan zijn paard te hebben, trok Kleine Klaas naar de stad om de paardenhuid te verkopen. Onderweg kwam hij bij een boerderij waar hij wilde overnachten, maar de boerin stuurde hem weg. Teleurgesteld keek Kleine Klaas om zich heen en besloot dat hij wel op het dak van de schuur kon slapen.

Vanaf het dak kon Kleine Klaas de boerderij in kijken. Daar zaten de boerin en de koster aan een gedekte tafel. De heerlijkste gerechten stonden er. Toen kwam de boer thuis. 'Hé, wat doe jij op dat dak?', vroeg hij. 'Kom mee naar binnen.' In het huis verstopte de boerin snel het lekkere eten en liet de koster in een kist kruipen. Haar man haatte namelijk kosters.


De Grote Klaas en de Kleine Klaas

Binnen kregen de boer en Kleine Klaas een groot bord gort. De boer begon te eten, maar Kleine Klaas dacht aan het heerlijke eten. Hij trapte op de zak met de paardenhuid, waardoor deze piepte. 'Stil!', zei hij, maar tegelijkertijd trapte hij nog een keer op de zak. 'Wat zit er in die zak?', vroeg de boer. 'Oh, dat is een tovenaar', zei Kleine Klaas, 'Hij zegt dat hij de hele oven vol heerlijk eten en drinken getoverd heeft.' De boer ging meteen kijken en kon zijn ogen niet geloven. De boerin durfde niks te zeggen.

Veel glazen wijn later vroeg de boer: 'Kan jouw tovenaar de duivel tevoorschijn toveren? Die wil ik wel zien!' 'Natuurlijk!', zei Kleine Klaas, 'maar hij ziet er wel uit als een koster.' 'Goed dat je me waarschuwt, want ik haat kosters. Maar ik ben wel benieuwd.' 'Kijk dan maar in die kist.' En dat deed de boer en hij schrok, want daar zat inderdaad een koster. Onder de indruk zei de boer: 'Die tovenaar moet je mij verkopen! Ik zal je er veel geld voor geven.' Dus verliet Kleine Klaas de boerderij een stuk rijker dan hij gekomen was.


De Grote Klaas en de Kleine Klaas

Met zijn wagen vol met geld reed Kleine Klaas langs het huis van Grote Klaas. 'Hoe kom jij zo rijk?!', vroeg Grote Klaas. 'Dat heb ik gekregen voor mijn paardenhuid, die ik gisteren verkocht heb.' Dat wilde Grote Klaas ook wel, dus sloeg hij ook zijn eigen paarden dood en trok hij naar de stad met de huiden. Maar hoe hard hij zijn best ook deed, niemand wilde zoveel betalen voor de huiden.

Boos keerde Grote Klaas terug naar huis. 'Jij hebt me voor de gek gehouden en nu zijn mijn paarden dood!' riep hij tegen Kleine Klaas. Hij pakte Kleine Klaas op en stopte hem in een zak. 'Nu zal ik je verdrinken!' Maar de weg naar naar de rivier was lang en de zak was zwaar, dus stopte Grote Klaas even bij de kerk. Terwijl hij binnen was, kwam er een oude veedrijver langs. Zijn vee liep de zak met Kleine Klaas om. 'Ik ben nog zo jong en nu moet ik al sterven!', riep Kleine Klaas. 'En ik ben zo oud en mag nog steeds niet naar de hemel!', zei de veedrijver, 'We zouden moeten wisselen.' En dat deden ze. Kleine Klaas liep snel verder met het vee en de oude veedrijver werd door Grote Klaas in de rivier gegooid.


De Grote Klaas en de Kleine Klaas

Niet veel later kwam Grote Klaas Kleine Klaas met zijn vee tegen. Grote Klaas snapte er niks van. Kleine Klaas zou toch verdronken moeten zijn?! 'Ik ben verdronken, maar dit is watervee! Dat kreeg ik toen ik op de bodem van de rivier kwam.' Dat wilde Grote Klaas ook wel. Dus kroop hij vrijwillig in een zak en liet hij zich door Kleine Klaas in de rivier gooien. Hij zonk meteen naar de bodem. 'Ik denk niet dat hij vee zal vinden,' dacht Kleine Klaas, terwijl hij tevreden met z'n nieuwe bezit richting huis wandelde.

Download de PDF van De Grote Klaas en de Kleine Klaas met plaatjes