De Stoute Jongen

Hans Christian Andersen


De Stoute Jongen

Er was een oude brave dichter. Hij zat lekker warm thuis bij de kachel toen er buiten donder en bliksem was en het hard regende. Hij dacht: “De arme stakkers die nu buiten zijn, worden ijskoud en kletsnat.”

Opeens hoorde hij een huilend kind roepen: “Help, doe open, laat me binnen.” De dichter deed open en liet de arme stakker gauw binnen. Het was een kleine jongen, hij was in zijn blootje en het water droop uit zijn lange blonde haren. Hij bibberde en rilde van de kou en de regen. “Jij arme, kleine stakker”, zei de dichter, “Kom maar binnen hoor, hier is het lekker warm. Ik geef je ook een appel en wat wijn. Jij bent immers echt een lieve jongen.”


De Stoute Jongen

En dat was hij ook met zijn krullende haar en heldere sterrenogen. Hij zag eruit als een klein engeltje. In zijn hand had hij een prachtige boog maar alle kleuren waren door elkaar gelopen door de regen. De oude dichter ging met de jongen bij de kachel zitten en zo kwam hij bij. Hij kreeg weer rode wangen, zong liedjes en danste om de oude dichter heen.

“Wat ben jij een heerlijk vrolijke jongen”, zei de dichter, “Hoe heet je eigenlijk”? “Ik heet Amor, kent u mij niet. Ik kan schieten met mijn boog, pas maar op.” Inmiddels was het nu buiten beter weer en de maan scheen. “Je boog is helemaal bedorven door de regen”, zei de dichter. “Het ziet er lelijk uit”, zei de jongen, “Maar verder mankeert er niks aan.” Ik zal hem eens proberen en...hij mikte en schoot een pijl op het hart van de brave oude dichter.

“Ziet u nou wel dat mijn boog het nog doet”, lachte hij en hij verdween. Het was dus eigenlijk een hele stoute jongen. Hij had op de brave oude dichter geschoten die juist zo goed voor hem was geweest. De dichter lag op de grond en huilde. Hij was in zijn hart geraakt. Amor was dus toch echt een stoute jongen. Hij zou gauw tegen alle kinderen zeggen dat ze op moesten passen voor hem want hij zou hen ook verdriet willen doen.


De Stoute Jongen

Alle lieve kinderen pasten op voor hem maar Amor hield jong en oud voor de gek want hij was heel slim. Als de studenten van college kwamen, liep hij naast hen in een lange zwarte jas met een boek onder zijn arm. Iedereen dacht dan dat hij een student was. Maar dan haalde hij zijn pijlen te voorschijn…

Altijd zit hij mensen achterna. In de schouwburg verstopt hij zich in de lichtkroon zodat hij net een lamp lijkt maar dan... schiet hij zijn pijlen. Ook loopt hij gewoon in het park van de koning rond.


De Stoute Jongen

Hij zit iedereen achterna en schiet zijn pijlen overal. Zo zal iedereen dus vast wel een keertje in zijn hart geraakt zijn door hem. Stel je voor hij schoot zelfs eens op onze lieve oude grootmoeder maar dat is heel heel lang geleden. Dat is nu voorbij maar toch...ze vergeet het nooit. Maar nu ken je hem en weet je dat je maar beter op kunt passen voor die stoute Amor!

Download de PDF van De Stoute Jongen met plaatjes