De reus Energie en de Fee Vaardigheid

Lang, lang geleden, toen er nog reuzen te zien waren, leefde er een jonge Reus die heel sterk en heel ijverig was, maar die het moeilijk vond om werkzaamheden goed uit te voeren. De naam van de Reus was Energie, en hij was zo groot en onhandig dat mensen bang waren om hun werk aan hem toe te vertrouwen.

Als hem werd gevraagd een klok in de kerktoren te plaatsen, zou hij de toren neerhalen voordat hij klaar was met het werk. Als hij naar een kapotte windwijzer gestuurd zou worden, zou hij in zijn ijver een deel van het dak eraf trekken. Dus uiteindelijk wilden mensen hem niet meer in dienst nemen en hij ging hij de bergen in om te slapen. Maar hij kon niet rusten, ook al lagen de andere reuzen zo stil als grote rotsen, in de schaduw van de bomen, te slapen. De jonge Reus Energie kon eigenlijk nooit slapen, want hij wilde te graag helpen bij al het werk van de wereld. Hij ging de vallei in en smeekte om iets te mogen doen, dus gaf een goede vrouw hem een mand met een porseleinen servies, en vroeg hem dit voor haar naar huis te dragen.

“Dat is kinderspel voor mij”, zei de Reus terwijl hij de mand bij het huis van de vrouw neerzette, maar hij zette de mand zo hard neer dat elk stukje porselein brak.

“Ach, ik wilde dat ik je nooit had gevraagd die mand te dragen”, zei de vrouw, en de jonge Reus ging bedroefd weg. Hij beklom weer de berg en ging liggen om uit te rusten. Maar het lukte hem weer niet om daar te blijven en niets te doen, dus ging hij terug naar de vallei om werk te zoeken. Daar ontmoette hij dezelfde vrouw. Ze had hem vergeven dat hij haar porselein had gebroken en had besloten hem weer te vertrouwen, dus gaf ze hem een kruik melk, om mee naar huis te nemen.”

“Wees snel”, zei ze, “laat het onderweg niet zuur worden.”

De Reus nam de kruik en haastte zich om naar het huis te rennen maar hij rende zo snel dat hij de melk morste en er geen druppel meer over was toen hij het huis van de goede vrouw bereikte. Het speet de goede vrouw dit te zien, hoewel ze niet heel hard op hem mopperde. De Reus ging met een bezwaard hart terug naar zijn berg.

Maar hij kwam spoedig weer naar beneden en vroeg bij elk huis: “Is er niet iets voor mij te doen?” En weer ontmoette hij de goede vrouw, die overal soep naar de zieke en hongerige mensen bracht.

Toen ze de jonge Reus Energie weer ontmoette, was haar hart vol liefde voor hem. Ze zei hem zich naar haar huis te haasten en haar kuipen met water te vullen, want de volgende dag was het wasdag. Dus haastte de Reus zich met grote stappen naar het huis van de goede vrouw, waar hij de grote kuipen vond. Hij tilde ze met gemak op, droeg ze naar de watertank en begon te pompen.

Maar hij pompte met zoveel kracht en met zoveel plezier, dat de kuipen al snel zo vol waren dat ze overliepen, en toen de goede vrouw thuiskwam, vond ze zowel haar tuin als haar kuipen vol water. De jonge Reus keek zo verdrietig dat de goede vrouw niet boos op hem kon zijn, ze had alleen maar medelijden met hem.

“Ga naar de Fee Vaardigheid en leer”, zei de goede vrouw, terwijl ze op de stoep ging zitten. “Zij zal het je leren, en je zult uiteindelijk een goede hulp voor iedereen in de wereld zijn.”

“Maar wacht even met vertrekken”, zei de goede vrouw. “Sta nu even stil en luister! Ga door de weide en tel honderd narcissen, draai dan naar rechts en loop tot je een toorts-stengel vindt die gebogen is. Let op de richting waarin hij buigt en loop in die richting tot je een wilg ziet. Achter deze wilg stroomt een beekje. Steek het water over via de glinsterende kiezels en als je een vreemde vogel hoort zingen, dan zie je al snel het sprookjespaleis en de werkplaats waar de Fee Vaardigheid haar lessen geeft. Ga naar haar toe met mijn liefde en ze zal je ontvangen.”

De jonge Reus bedankte de goede vrouw, stapte over het hek van het weiland en telde de narcissen: “Een, twee, drie”, tot hij er honderd had geteld. Toen sloeg hij rechtsaf en liep door het hoge gras naar de gebogen toorts-stengel, die naar rechts wees. Nadat hij de beek had gevonden en over de glinsterende kiezelstenen was overgestoken, hoorde hij een vreemde vogel zingen en zag hij tussen de bomen het sprookjespaleis.

Hij kon nooit precies vertellen hoe het eruit zag maar hij dacht dat het gemaakt was van zonneschijn, met de glinstering van groene bladeren erin weerspiegeld, en dat het de blauwe lucht als dak had. Dat was het paleis; en aan een kant ervan was de werkplaats, gebouwd van sterke dennen en eiken. De Reus hoorde het gezoem van wielen en het geluid van de feeën-weefgetouwen, waarop de feeën tapijten van regenboogdraden weefden.

Toen de Reus bij de deur kwam, werd de deuropening groter zodat hij er doorheen kon. Hij zag de Fee Vaardigheid tussen de leerlingen staan. Toen hij haar de liefde van de goede vrouw had gegeven, ontving ze hem vriendelijk. Toen zette ze hem aan het werk en gebood hem een hoop verwarde draden uit te zoeken die in een hoek lagen als een grote bos felgekleurde bloemen. Dit was zwaar werk voor de onhandige vingers van de Reus, maar hij was er erg geduldig mee. De draden braken, en hij maakte er een paar in de knoop. Maar toen Fee Vaardigheid zijn werk zag, zei ze: “Heel goed voor vandaag”, en terwijl ze de draden aanraakte met haar toverstaf, veranderde ze ze weer in een verwarde hoop. De volgende dag probeerde de Reus het opnieuw, en daarna nog een keer, totdat alle draden ongebroken en ontward lagen.

Toen zei de Fee Vaardigheid: “Goed gedaan”, en leidde hem naar een weefgetouw en liet hem zien hoe hij moest weven.

Dit was zwaarder werk maar Reus Energie was geduldig, hoewel de Fee vele malen zijn strook tapijt met haar toverstok had aangeraakt en hij steeds weer opnieuw moest beginnen. Eindelijk was het klaar en de Reus vond het het mooiste tapijt ter wereld.

Fee Vaardigheid nam hem mee naar het pottenbakkerswiel, waar kop en schotels van klei werden gemaakt. De reus leerde standvastig te zijn en door te zetten en de beker te vormen. De kopjes en schotels die kapot gingen voordat hij een mooie kop en schotel maakte, zouden voldoende zijn geweest om de theetafel van de koningin te dekken!

Toen nam Fee Vaardigheid hem mee naar de goudsmid. Daar leerde hij kettingen en armbanden en halskettingen maken. Nadat hij al deze dingen had geleerd, vertelde de Fee hem dat ze drie opdrachten voor hem had. Drie taken die hij moest uitvoeren en als hij ze goed deed, kon hij weer de wereld in, want dan zou hij klaar zijn om daar een helper te zijn.

“De eerste taak is om een tapijt te maken”, zei Fee Vaardigheid, “een tapijt geschikt voor een paleisvloer.”

Reus Energie sprong achter zijn weefgetouw en liet zijn zilveren schietspoel heen en weer gaan, onder en over, een prachtig patroon wevend. Terwijl hij weefde, dacht hij aan de weg die hij had gelopen om hier te komen en zijn vloerkleed werd zo groen als het weidegras en er groeiden mooie narcissen op. Toen het klaar was, was het bijna net zo mooi als een weiland vol bloemen!

Toen zei de Fee dat hij een kopje moest maken dat fijn genoeg was voor een koning om te gebruiken. En de Reus maakte een beker in de vorm van een bloem en toen het klaar was, schilderde hij er vogels op met gouden vleugels. Toen ze het zag, gaf de Fee een kreet van plezier.

“Nog een opdracht voordat je gaat”, zei ze. “Maak een ketting die een koningin graag zal dragen.”

Dus Reus Energie werkte dag en nacht en maakte een ketting van gouden schakels. In elke schakel lag een parel zo wit als de glinsterende kiezels in de beek. Een koningin zou zeker trots zijn als ze deze ketting mocht dragen. Nadat hij klaar was, zegende Fee Vaardigheid hem en stuurde hem weg om een helper in de wereld te zijn. Ze liet hem de mooie dingen die hij had gemaakt meenemen, zodat hij ze kon geven aan degene van wie hij het meest hield.

De jonge Reus stak de beek over, passeerde de wilg, vond de toorts-stengel en telde de narcissen. Toen hij er honderd had geteld, stapte hij over het hek van het weiland en kwam weer bij het huis van de goede vrouw. De goede vrouw was thuis, dus ging hij door de deur naar binnen en spreidde het tapijt op de vloer, en de vloer leek op de vloer van een paleis. Hij zette de beker op tafel en de tafel zag eruit als de tafel van een koning. Hij hing de ketting om de nek van de goede vrouw, en ze was mooier dan een koningin.

En dit is de manier waarop de jonge Reus Energie leerde een helper in de wereld te zijn.

image_pdfDownloadimage_printPrint