De Vliegende Koffer

Hans Christian Andersen


De Vliegende Koffer

Er was eens een jongen, de zoon van een doordachte en rijke koopman. Alle rijkdommen had hij van zijn vader geërfd, alleen was de zoon zo doordacht nog niet. Snel was alles uitgegeven. Slechts een paar pantoffels en een nachtjapon waren in zijn bezit.

Gelukkig voor de armoedige zoon, werd hem een koffer geschonken door een goedhartige, oude man. Jammer genoeg had de jongen geen bezittingen om deze mee te vullen. Daarom ging het kind maar zelf in de koffer zitten, wat hem tot de ontdekking leidde dat de koffer kon vliegen, zodra je op het slot drukte.


De Vliegende Koffer

Met angst klemde hij zichzelf in de gammele koffer, hopend dat deze niet kapot zou gaan. Zo vloog hij, steeds verder, tot hij landde in het land van de Turken. De zoon verborg zijn koffer in de bossen en ging de stad in. Er stond daar een gigantisch kasteel. “Wat voor een kasteel?” vroeg de jongen aan een Turkse vrouw.

Vriendelijk gaf zij antwoord. “Daar woont de dochter van de Sultan, jongeman. Blijkbaar zou zij, de prinses, volgens een voorspelling diep ongelukkig worden als gevolg van een minnaar. Om die reden laten ze niemand bij haar komen.”

De nieuwsgierigheid kon hij niet weerhouden, hij keerde terug naar zijn koffer om onmiddellijk naar de hoogste toren van het kasteel te vliegen. Door het raam vloog hij naar binnen en zijn ogen landden op de beeldschone, slapende prinses. De macht over zichzelf had hij verloren, hij liep langzaam op haar af en kuste haar.


De Vliegende Koffer

De prinses schrok wakker, maar die angst veranderde in verwondering. Want de zoon gaf aan dat hij de Turkse god was en aan was komen vliegen. Zonder enig weerhouden begon hij te spreken over haar uiterlijk. Over elk van haar kenmerken wist hij met passie een sprookje te vertellen.

Met die mooie praatjes wist hij wel raak, dus hij vroeg meteen om de hand van de prinses, waarop hij ‘ja’ als antwoord kreeg. “Aanstaande zaterdag moet je hier komen, dan zijn de Sultan en Sultane hier op de thee. Zorg dan, dat je het mooiste sprookje weet te vertellen. Voor mijn moeder, moet het zedelijk en serieus zijn, en voor mijn vader, moet het komisch en lachwekkend zijn!”

Zo vertrok de zoon weer, om zich voor te bereiden op zaterdag. Hij kocht een nieuwe kamerjapon en besteedde zo veel mogelijk tijd en aandacht aan het verhaal dat hij zou voordragen.

Spoedig was het zaterdag, de koninklijke familie en het gehele hof waren aanwezig. Vriendelijk werd de zoon ontvangen, vol verwachting wilde iedereen zijn verhaal horen. De zoon begon te vertellen, en al gauw wekte hij levenloze objecten tot leven, tot karakters die elk een verhaal te vertellen hadden. Potten, pannen, lucifers, iedereen had wat te zeggen.


De Vliegende Koffer

Het koninklijke paar was onder de indruk, ze konden zich volledig in de levendige keukenobjecten plaatsen. Meteen schonken ze de jongen de hand van de prinses. Uiteraard volgde er een feest, om het huwelijk te vieren. Het hele volk was in vreugde en juichte luid. De zoon vierde mee en vloog door de met vuurwerk bezaaide lucht. Schitterend was het.

Eenmaal in het bos geland keerde de zoon terug de stad in. Het volk beweerde met eigen ogen de god van de Turken gezien te hebben, vliegend in een mantel van vuur. De zoon was nog nooit zo blij. Toen hij terugkeerde naar het bos, was zijn koffer nergens te bekennen, slechts een hoopje as lag daar. De koffer was verbrand door het vuurwerk. Nooit meer kon hij terug naar de prinses, terwijl zij voor altijd op hem zou wachten.


De Vliegende Koffer

Download de PDF van De Vliegende Koffer met plaatjes


Doneer Nano

Nano donations

Lees meer over doneren in Nano