De Bouw van de Muur van Asgard

Onbekend


De Bouw van de Muur van Asgard

De goden bouwden hun stad Asgard op de top van een berg. Odin, de vader van de goden, vond dat de stad extra beschermd moest worden tegen de reuzen. Er moest een muur gebouwd worden. Een vreemdeling kwam naar de stad en stelde Odin voor dit voor de goden te doen. Het zou een muur worden die nooit omvergeworpen zou kunnen worden, beloofde de vreemdeling.

'Hoe lang duurt het om onze ​​muur te bouwen?' vroeg Odin. 'Een jaar,' zei de vreemdeling. De goden vonden het goed om de bouw aan de vreemdeling over te laten omdat zij daar toch veel te weinig tijd voor hadden. Ze dachten dat geen enkele betaling die de vreemdeling kon vragen te veel zou zijn voor de bouw van een onverwoestbare muur. Ze zouden de vreemdeling geven wat hij zou vragen als hij de bouw van de muur in een jaar zou hebben volbracht.

De volgende dag bracht de vreemdeling een gigantisch groot paard met zich mee. Het paard sleepte in zijn eentje alle stenen die de vreemdeling gebruikte voor het bouwen van de muur. Dag en nacht werkten ze door. De goden zagen de muur hoger en hoger worden. Op een dag vroeg Odin de vreemdeling: ‘Laat ons weten hoe wij jou moeten betalen, dan zorgen wij daar alvast voor.’ De vreemdeling antwoordde: ‘Wat ik vraag voor mijn werk is de zon en de maan en ik zal trouwen met de liefdesgodin Freya.’

Toen Odin dit hoorde, werd hij woest. De prijs die de vreemdeling vroeg voor zijn werk, was boven alle prijzen. Nooit zouden de goden hebben toegestemd in de bouw van de muur als zij hadden geweten wat de vreemdeling ervoor zou vragen. De goden waren in rep en roer, maar lieten Loki aan het woord. Loki behoorde voor de helft tot de goden. Zijn vader was de windreus. ‘Laat de vreemdeling de muur verder bouwen. Zeg hem dat de muur af moet zijn voor de eerste dag van de zomer. Als het op die dag niet tot de laatste steen af is, zal de prijs die hij vraagt hem niet worden gegeven.’

De vreemdeling bleek een reus te zijn en werkte nu nog sneller dan voorheen. ’s Nachts als de reus sliep, werkte het paard door. En met de dag werd de muur rond Asgard hoger en hoger.


De Bouw van de Muur van Asgard

Drie dagen voor de dag van de zomer was de muur bijna af. Boven de poort moest alleen nog maar een grote steen worden geplaatst. Voordat de reus ging slapen, gaf hij zijn paard opdracht de grootste steen te halen. De maan scheen die nacht. Het paard sleepte de grootste steen die hij ooit getrokken had. Daar zag hij een beeldschone merrie op zich af galopperen. Hij stelde zich aan de merrie voor. ‘Ik heet Svadilfare. Hoe heet jij?’

De merrie trok haar neus op. ‘Svadilfare, jij bent toch gewoon een slaaf?’ Svadilfare legde de steen neer en vroeg verbaasd: ‘Hoezo, een slaaf?’ 'Omdat je dag en nacht voor je baas moet werken,' zei de merrie. 'Hij laat je werken, maar nooit genieten. Je durft die steen niet te laten liggen om met mij te komen spelen.' 'Wie zegt dat ik dat niet durf te doen?' zei Svadilfare. En al gauw rende Svaldifare achter de merrie aan. Speels galoppeerde ze bij hem vandaan. Steeds verder en verder weg. Svaldifare genoot van het spel en vergat de tijd. De volgende ochtend was het paard er niet. Omdat de reus zelf zo’n grote steen niet kon tillen, ging hij op zoek naar het paard. Het paard was echter verdwenen.

De eerste zomerdag naderde. Uren gingen voorbij. Toen de reus ’s avonds voor de poort verscheen, was het te laat. ‘Je werk is niet af’, sprak Odin. ‘Je zult de maan, de zon en Freya niet krijgen.’ ‘Het is dat ik de muur zo sterk heb gemaakt, zei de reus, ‘dat zelfs ik hem niet kapot kan krijgen.’ Daarna vertrok de reus. Het was Loki die zich had veranderd in een merrie, met het idee het hoofd van het paard op hol te brengen. De goden waren opgelucht en blij dat Asgard met deze muur nu veilig was. Maar Odin voelde zich in zijn hart bedroefd en ongemakkelijk over de niet geheel eerlijke manier waarmee de bouw van muur de geschiedenis in zou gaan.

Download de PDF van De Bouw van de Muur van Asgard met plaatjes