Het Konijn, de Wezel en de Kat

Samenvatting


In de fabel "Het Konijn, de Wezel en de Kat" van Aesopus keert een Konijn terug naar huis om te ontdekken dat een slimme Wezel zijn onvergrendelde woning heeft overgenomen. Het Konijn eist zijn huis terug, maar de Wezel heeft er zijn zinnen op gezet. Als een wijze, maar schijnbaar dove Kat aanbiedt het geschil te beslechten, lopen beide partijen nietsvermoedend in een val die ze niet hadden voorzien.


Luister naar de audio



Lees online

Op een dag verliet een Konijn zijn huis om op zoek te gaan naar een diner van klavers. Maar hij vergat zijn deur op slot te doen. Terwijl hij weg was, wandelde een Wezel, op zijn gemakje, naar binnen en nam de tijd om het zichzelf naar de zin te maken. Toen het Konijn terugkwam, stak de Wezel net zijn neus buiten de deur om wat frisse lucht op te snuiven.

Het Konijn werd, zeker voor een Konijn, behoorlijk boos en verzocht de Wezel te vertrekken. Maar de Wezel was uitermate tevreden. Hij had zijn zaakjes nu net, voor altijd, goed geregeld.

Een wijze oude Kat hoorde de onenigheid en bood aan om het op te lossen.

“Komen jullie eens dichterbij”, zei de Kat, “Ik ben namelijk heel doof. Breng jullie monden dicht tegen mijn oren aan en vertel me dan de feiten.”

Het nietsvermoedende paar deed wat hun werd gevraagd en in een oogwenk greep de Kat hen beiden met haar klauwen. Niemand kon ontkennen dat de onenigheid nu voorgoed opgelost was.


Auteursvermelding

Aesopus was een Griekse fabeldichter uit de zesde eeuw voor Christus, beroemd om zijn korte verhalen waarin dieren menselijke eigenschappen dragen en elke fabel een scherpe moraal bevat. Deze fabel waarschuwt op droge wijze dat wie zijn geschil aan een derde overlaat, wel eens erger af kan zijn dan daarvoor.