Op een dag ontdekte een Herder in de wei, waar zijn Schapen graasden, een dik vet Varken. Hij ving heel snel het vette Varken. Het gilde zo hard dat de herder hem met zijn handen tot bedaren probeerde te brengen. Je zou gedacht hebben, als je het luide gekrijs hoorde, dat het Varken wreed werd behandeld. Maar ondanks het gegil en de pogingen van het Varken om te ontsnappen, stopte de Herder zijn prijs onder zijn arm en ging op weg naar de slager op het marktplein.

De Schapen in de wei waren zeer verbaasd en echt geamuseerd over het gedrag van het Varken. Ze liepen met de Herder en zijn vangst mee tot aan het hek van de wei.
“Waarom piep jij eigenlijk zo hard?” vroeg één van de Schapen. “De herder vangt ook vaak één van ons en neemt ons dan mee. Maar wij zouden ons echt heel erg schamen om er zo’n vreselijke ophef over te maken zoals jij.”
“Dat is allemaal goed en wel”, antwoordde het Varken, terwijl hij hevig trappelde en uitzinnig gilde. “Als hij jullie vangt, is hij alleen maar op jullie wol uit. Maar hij wil mijn spekvet!!! Ieeeeh Aaaah.”
Auteursvermelding
Aesopus was een oude Griekse fabeldichter, vermoedelijk levend in de zesde eeuw voor Christus, wiens verhalen al eeuwenlang worden doorgegeven. Hij staat bekend om korte, puntige fabels met dieren als hoofdpersonages die menselijke eigenschappen en dwaasheden weerspiegelen. Het Schaap en het Varken is een treffend voorbeeld van zijn stijl: eenvoudig van opzet, maar met een scherpe moraal die pas aan het einde volledig doordrindgt.
