De Wolf en het Lammetje

Samenvatting


De Wolf en het Lammetje is een korte fabel van Aesopus waarin een hongerige wolf een weerloos lammetje bij een beekje tegenkomt. In plaats van haar direct aan te vallen, zoekt de wolf naar een smoes om zijn daad te rechtvaardigen. Hij beschuldigt het lammetje achtereenvolgens van het vertroebelen van het water, het verspreiden van leugens en familievetes — maar het lammetje weerlegt elke beschuldiging kalm en logisch. Toch blijkt onschuld geen bescherming tegen degene die de macht heeft.


Luister naar de audio



Lees online

Een verdwaald lammetje stond op een ochtend water te drinken aan een beekje. Diezelfde ochtend liep er iets hoger een hongerige wolf op zoek naar eten. Al snel kreeg hij het lammetje in de gaten. Normaliter greep Meneer Wolf zulks lekkers zonder erbij na te denken, maar er was iets in het lammetje dat hem heel hulpeloos en onschuldig deed voorkomen. Hierdoor had de wolf het gevoel dat hij een reden moest bedenken om haar op te eten.

“Hoe durf je in mijn beekje te staan en het water te vertroebelen met modder!” riep de wolf hard. “Je verdient het om gestraft te worden voor deze onbehoorlijkheid.”

“Maar uwe hoogheid”, antwoordde het bevende lammetje, “wees niet boos! Ik kan onmogelijk modder veroorzaken in het water dat u daar drinkt. U staat namelijk bovenaan de stroom en ik beneden.”

“Je maakt het modderig!” hield de wolf boos vol. “En bovendien, ik heb gehoord dat je vorig jaar leugens over mij hebt verteld!”

“Hoe had ik dat kunnen doen?” pleitte het lammetje. “Ik ben pas net geboren.”

“Als jij het niet was, dan was het jouw broer!”

“Maar ik heb helemaal geen broers.”

“Het is iemand in jouw familie”, snauwde de wolf. “Maar ongeacht wie het was, ik zie niet van mijn ontbijt af.”

En zonder nog iets te zeggen, greep de wolf het arme lammetje en at haar op in het bos.


Auteursvermelding

Aesopus was een vermoedelijk Griekse fabeldichter uit de zesde eeuw voor Christus, wiens verhalen door de eeuwen heen mondeling werden overgeleverd en later op schrift gesteld. De Wolf en het Lammetje is een van zijn bekendste fabels en eindigt met de moraal dat de sterkste altijd wel een reden vindt om zijn wil op te leggen aan de zwakkere.