De wolf en het kindje

Samenvatting


In de korte fabel "De wolf en het kindje" van Aesopus blijft een eigenwijs geitenkindje alleen achter op het weiland, overtuigd dat zijn kleine hoorntjes hem groot genoeg maken om voor zichzelf te zorgen. Als de zon ondergaat en de verschrikkelijke wolf opdoemt bij de bomen, ziet het kindje zijn kansen verkeren. Met een onverwacht verzoek — één dansje voor het einde — probeert hij zijn lot af te wenden. De spanning tussen roof en vernuft maakt deze fabel raak en onvergetelijk.


Luister naar de audio



Lees online

Er was eens een geitenkindje, dat door zijn groeiende hoorns dacht, dat hij al volwassen was en voor zichzelf kon zorgen. Op een avond vertrok zijn kudde van het weiland naar huis en zijn moeder riep hem om mee te komen. Het kindje trok zich daar niets van aan en bleef gewoon gras eten. Even later keek hij om en zag dat zijn hele kudde was verdwenen.

Daar stond hij, helemaal alleen. De zon was onder aan het gaan en lange schaduwen kropen over het weiland. Er stak ook een fris windje op dat voor enge geluiden zorgde. Het kindje moest aan de verschrikkelijke wolf denken en huiverde. Toen begon hij als een gek over het weiland te rennen en riep om zijn moeder. Maar hij was nog niet halverwege, of hij zag daar in de buurt van de bomen, de verschrikkelijke wolf.

Het kindje wist dat hij weinig kans maakte. ‘Alstublieft, meneer wolf’, zei hij bevend. ‘Ik weet dat u mij op gaat eten, maar alstublieft, kunt u eerst een liedje voor mij spelen, zodat ik nog één keer blij kan dansen?’

De wolf vond een beetje muziek voor het eten een goed idee, dus speelde hij een vrolijk lied en het geitenkindje dartelde vrolijk.

fabel de wolf en het kindje

Ondertussen, liep de kudde langzaam naar huis. In de stilte van de avond, reisde het lied van de wolf ver. De honden van de kudde spitsten hun oren en herkenden het lied dat de wolf zingt voor een feestmaal, en ze begonnen terug te rennen naar het weiland. Hierdoor eindigde het lied van de wolf abrupt.

En terwijl hij achterna gezeten werd door de honden, vervloekte de wolf zichzelf, dat hij een liedje had gespeeld om het geitje te plezieren, terwijl hij hem gewoon op had moeten eten.


Auteursvermelding

Aesopus was een legendarische Griekse fabeldichter die vermoedelijk leefde in de zesde eeuw voor Christus en wiens verhalen al meer dan tweeduizend jaar worden doorgegeven. Zijn fabels staan bekend om hun korte, scherpe moraal die menselijk gedrag spiegelt via dieren. In "De wolf en het kindje" keert de les zich verrassend genoeg tegen de wolf zelf: wie zijn kans verspeelt door ijdelheid, heeft dat aan zichzelf te danken.