De kikkers en de os

Samenvatting


De korte fabel "De kikkers en de os" vertelt het verhaal van een oude kikker die hoort dat een reusachtig monster zijn jonge broertje heeft vertrapt. Vol trots begint hij zichzelf op te blazen om te bewijzen dat hij net zo groot kan zijn als dat monster. Hoe verder hij opblaast, hoe gevaarlijker zijn pogingen worden. De fabel laat zien hoe ijdelheid en de drang om indruk te maken iemand volledig kunnen verblinden voor de eigen grenzen.


Luister naar de audio



Lees online

Een os wilde gaan drinken in een klein vijvertje omringd door riet. Toen hij met al zijn gewicht het water in stapte, plette hij een jong kikkertje in de modder. De oude kikker miste al gauw zijn kleintje en vroeg aan zijn broertjes en zusjes wat er was gebeurd.

‘Een gigantisch monster met reusachtige voeten’, zei één van hen, ‘stapte op ons kleine broertje.’

‘Hij was groot, hé!’, zei de oude kikker, terwijl hij zichzelf opblies. ‘Was hij zo groot als dit?’

‘Oh nee, nog véél groter’, riepen ze in koor.

De oude kikker blies zich nog verder op en zei: ‘Hij was toch zeker niet groter dan dit?’

Maar alle kleine kikkers zeiden dat het monster nog veel, veel groter was. De oude kikker bleef zichzelf opblazen en werd groter en groter, totdat hij zichzelf te ver had opgeblazen en uiteenspatte.


Auteursvermelding

Aesopus was een oude Griekse fabelschrijver die vermoedelijk leefde in de zesde eeuw voor Christus en wiens verhalen tot op de dag van vandaag worden verteld. Zijn fabels, waaronder "De kikkers en de os", zijn bekend om hun korte, krachtige vorm en de moraal die aan het einde onuitgesproken maar onmiskenbaar aanwezig is. Deze fabel wordt al eeuwenlang gebruikt als waarschuwing tegen hoogmoed en zelfoverschatting.