De Hond en de Oester

Samenvatting


De fabel 'De Hond en de Oester' vertelt over een gulzige Hond die zo verzot is op eieren dat hij ze heel doorslikt. Als hij op een dag afdwaalt naar de kust en een Oester ziet, slikt hij die zonder nadenken in — schelp en al. De pijnlijke gevolgen laten zich raden. Met humor en een scherpe moraal laat Aesopus zien wat er gebeurt als hebzucht en onbezonnenheid de overhand nemen.


Luister naar de audio



Lees online

Er was eens een Hond die erg dol op eieren was.

Hij bracht dan ook regelmatig een bezoekje aan het kippenhok. Uiteindelijk werd hij zelfs zo gulzig dat hij de eieren heel doorslikte.

Op een dag dwaalde de Hond af naar de kust.

Daar zag hij een Oester. In een oogwenk lag de Oester in de maag van de Hond, compleet met de schelp.

Maar de Hond had hier veel pijn van, zoals je wel kunt raden.

“Ik heb nu geleerd dat niet alle ronden dingen eieren zijn….”, zei hij kreunend.


Auteursvermelding

Aesopus was een Griekse fabeldichter die vermoedelijk leefde in de zesde eeuw voor Christus en wereldwijd bekend staat om zijn korte, wijze dierenfabels. 'De Hond en de Oester' is een van zijn meest humoristische fabels, waarin een alledaagse vergissing wordt gebruikt om een universele les over gulzigheid en onbezonnenheid te verbeelden.