De Arend en de Kraai

Samenvatting


De Arend en de Kraai is een korte fabel van Aesopus over een kraai die zich voor een arend aanziet. Als hij een arend een lammetje ziet grijpen, besluit hij zelfverzekerd een grote ram aan te vallen — met rampzalige gevolgen. Zijn poten raken verstrikt in de wol van de ram, en de kraai kan geen kant op. Een herder maakt al snel korte metten met de neerbuigende vogel. De fabel stelt op scherpe wijze de vraag: wat gebeurt er als zelfoverschatting botst met de harde werkelijkheid?


Luister naar de audio



Lees online

Met haar sterke vleugels maakte de arend een razendsnelle duikvlucht, greep een lammetje in haar klauwen en vloog naar haar nest. Een kraai zag het gebeuren en kreeg het domme idee in zijn hoofd dat hij sterk genoeg was om hetzelfde te doen als de arend. Zodoende maakte hij vol attitude en zelfvertrouwen een duikvlucht en landde op de rug van een grote ram. Maar toen hij probeerde om met de ram weg te vliegen, merkte hij dat hij niet weg kon komen, omdat hij met zijn poten in de wol van de ram verstrikt was geraakt. En ondertussen had de ram amper door dat de kraai op zijn rug zat.

Een herder zag de fladderende kraai en had direct door wat er was gebeurd. Hij rende naar de kraai toe en knipte zijn vleugels eraf. Diezelfde avond, gaf hij de kraai aan zijn kinderen.

‘Wat een gekke vogel is dit’, zeiden ze lachend, ‘hoe noem je deze vogel, vader?’

‘Dit is een kraai, kinderen. Maar als je het hem vraagt, dan zegt hij dat hij een arend is.’


Auteursvermelding

Aesopus was een oude Griekse fabelschrijver, vermoedelijk levend in de zesde eeuw voor Christus, wiens verhalen eeuwenlang mondeling werden doorgegeven voordat ze werden opgeschreven. Hij staat bekend om korte, moraliserende fabels met dieren als hoofdpersonen. De Arend en de Kraai is een van zijn meest herkenbare verhalen over hoogmoed en zelfoverschatting, en eindigt met een onvergetelijke slotzin die de les haarscherp samenvat.