Theseus en de Minotaurus

Lange tijd geleden leefde er een kleine jongen, genaamd Theseus, aan de voet van een hoge berg aan de zuidkust van het Griekse vasteland. De kleine jongen was met zijn moeder bij zijn geboorte daar naartoe gestuurd door zijn vader Aegeus, de koning van Athene. Pas als de jongen sterk genoeg was om een steen op te tillen, mocht hij naar Athene komen. Aegeus had er zijn oude zwaard en sandalen onder verstopt.

Toen Theseus achttien jaar oud werd, bleek hij sterk genoeg om de steen op te tillen en vertrok hij met de sandalen en het zwaard naar Athene om zijn vader, koning Aegeus, te bezoeken. Tijdens de reis kreeg de jongen te maken met monsters, rovers en dieven, maar hij wist ze allemaal te verslaan. Er werd veel over hem gepraat. Het volk begon hem te zien als de dapperste held van het land.

Nu was koning Aegeus in de tussentijd getrouwd met de zieneres Medea en samen hadden ze een zoon gekregen, genaamd Medos. Met de komst van de sterke en door het volk aanbeden Theseus, maakte Medea zich zorgen dat Medos niet meer troonopvolger zou worden, maar dat het volk Theseus zou kiezen. Daarom deed ze een poging om de jongen te vergiftigen, wat overigens mislukte. Direct daarna verdween ze met haar zoon Medos, iets waarmee ze Aegeus een groot plezier deed.

Op een dag vertelde Aegeus zijn zoon dat de machtige koning Milos, op het eiland Kreta, onder zijn kasteel een labyrint had laten bouwen. In dat labyrint leefde een Minotaurus, een wezen dat deels de vorm had van een mens en deels van een stier. Het labyrint bestond uit honderden gangen. Iedere persoon die er in ging, was er nooit meer uitgekomen. Jaren geleden was het eiland Kreta in oorlog met de stad Athene, waarbij veel Atheners op brute wijze omkwamen. Er zou vrede komen op voorwaarde dat Athene elk jaar zeven jonge mannen en zeven maagden zou sturen om te worden verslonden door het afschuwelijke wezen. Dit was nu het derde jaar dat de stad gevuld was van verdriet van ouders en de angst dat één van hun kinderen zou worden meegenomen.

Theseus stelde voor om de zevende jongeman te zijn om hem in staat te stellen de Minotaurus te doden. Aegeus kon hem er niet van weerhouden, dus maakte hij een schip gereed voor zijn vertrek, naar het eiland Kreta. Bij het afscheid zei Aegeus tegen zijn zoon: “Zoals je ziet, zeilt het schip met zwarte zeilen. Als je terugkomt, gebruik dan de witte zeilen, zodat ik weet dat je nog leeft. Ik zal elke dag vanaf de rots op de uitkijk staan.”

En zo vertrok het schip en bereikte de bemanning het kasteel van Milos. Daar maakte Theseus kennis met de meedogenloze koning en zijn dochter Ariadne. De koning was wreed en gemeen, maar zijn dochter echter was zacht en lieflijk. Ze gooide zich aan haar vaders voeten en smeekte hem alle gevangenen vrij te laten en de knappe Theseus in het bijzonder.

“Wees niet zo dwaas” riep Milos haar toe. “Dit zijn staatszaken, daar begrijp jij helemaal niets van! Laat mij mijn zaken doen en bemoei je er niet mee!”

Daarna werden de jongens en meisjes in de gevangenis gezet om de volgende ochtend naar het labyrint te worden gebracht. Theseus sliep die nacht niet. Ariadne haalde hem uit de gevangenis en wilde hem helpen te ontsnappen. Maar Theseus zei dat hij was gekomen om de Minotaurus te doden, om de stad Athene te verlossen van dit verschrikkelijke monster. Dus gaf ze hem zijn zwaard en bracht ze hem naar het labyrint. Daar kon hij het wezen met zijn zwaard verslaan. Ze gaf hem een zijden draad mee waarvan hij het uiteinde moest blijven vasthouden. Zij zou het andere einde vasthouden en zo zou Theseus de weg terug uit het labyrint vinden.

In het midden van het labyrint zag Theseus de Minotaurus: een verschrikkelijk wezen dat als een dolle stier op hem af kwam. Er ontstond een groot gevecht tussen zwaard en horens en uiteindelijk was het Theseus die de Minotaurus versloeg.

Ariadne stond nog buiten op Theseus te wachten en dankzij de zijden draad die Theseus het hele gevecht had weten vast te houden, vond hij de weg terug uit het labyrint.

“Je moet nu snel de gevangenen halen en wegvaren”, zei Ariadne. “Mijn vader zal de dood van de Minotaurus willen wreken. Ga nu snel!”

Nu wilde Theseus Ariadne graag meenemen, maar ze wilde bij haar vader blijven. “Ik weet dat je het een slecht mens vindt, maar ik denk dat hij mij – zijn enige kind – op den duur wel zal vergeven en ik weet haast zeker dat hij het op een gegeven moment ook prettig gaat vinden dat hij geen onschuldige kinderen meer hoeft op te offeren aan de Minotaurus.”

En daarom ging Theseus zonder Ariadne terug, met de gevangenen, naar het schip waar ze de zeilen uitzetten en koers zetten naar Athene. Maar Theseus was in de haast vergeten de zwarte zeilen te verwisselen voor witte zeilen.

Toen de koning hoog op de klif zag dat het schip de zwarte zeilen had gehesen, dacht hij dat zijn geliefde zoon Theseus gestorven was en, uit wanhoop en verdriet, stortte hij zich van de klif in zee.

Dit was zeer pijnlijk en verdrietig nieuws voor Theseus, die toen hij aan land stapte direct koning werd van het hele land. Hij liet zijn moeder naar Athene komen en volgde haar advies in staatszaken en wist zo een zeer goede koning voor het land te worden en hij was dan ook zeer geliefd bij het volk.

image_pdfDownloadimage_printPrint