Het verhaal van Pieter Konijn

Er leefden eens vier kleine konijntjes met de namen:

Flopsie,
Mopsie,
Wipstaart,
en Pieter.

[Illustration]

Ze woonden samen met hun moeder in een zandbank, onder de wortels van een hele grote vijgenboom. 

[Illustration]

“Nou, lieve kinderen”, zei moeder Konijn op een morgen, “jullie mogen over de velden en de paden lopen, maar ga onder geen beding de tuin van meneer McGregor in. Jullie vader had daar een ongeluk en is door mevrouw McGregor in een hartige taart gestopt.” 

[Illustration]

“Ga nu maar en raak niet in de problemen. Ik ga ook op pad.” 

[Illustration]

Zo vertrok mevrouw Konijn met haar mand en paraplu en liep door het bos naar de bakker. Ze kocht een bruin brood en vijf bessenmuffins. 

[Illustration]

Flopsie, Mopsie en Wipstaart waren brave, kleine konijntjes en liepen over het pad om bosbessen te zoeken.

[Illustration]

Maar Pieter, die zeer ondeugend was, rende direct naar de tuin van meneer McGregor en kroop onder het hek door!

[Illustration]

Eerst at hij wat sla en groene boontjes, daarna nam hij nog wat radijsjes. 

[Illustration]

En toen, misselijk van het eten, zocht hij naar wat peterselie. 

[Illustration]

Maar om de hoek van een komkommer plant, liep hij meneer McGregor tegen het lijf! 

[Illustration]

Meneer McGregor zat op zijn handen en voeten en plantte jonge kropjes sla, maar toen hij Pieter zag, sprong hij op en rende achter hem aan. “Stop de dief!” riep McGregor, zwaaiend met een hark.  

[Illustration]

Pieter Konijn was doodsbang en rende door de hele tuin. Hij was namelijk vergeten hoe hij bij het hek kwam. 

Hij verloor één van zijn schoenen bij de sla en de andere schoen bij de aardappelen. 

[Illustration]

Nadat hij zijn schoenen was verloren, rende hij op vier poten verder en ging zelfs sneller! Ik denk zelfs dat hij was ontsnapt, ware het niet, dat hij heel ongelukkig in een net liep dat de kruisbessen beschermde en vast kwam te zitten met de knoopjes op zijn jas. Het was een vrij nieuwe jas met blauwe knoopjes van koper. 

[Illustration]

Pieter dacht dat hij verloren was en begon grote tranen te huilen, maar zijn tranen werden gehoord door een aantal vriendelijke mussen. Zij vlogen enthousiast naar hem toe en moedigden hem aan om zichzelf te bevrijden. 

[Illustration]

Meneer McGregor kwam aangelopen met een zeef. Hij wilde Pieter hiermee vangen, maar Pieter wurmde zich net op tijd los en liet zijn jas achter. 

[Illustration]

Hij rende naar de schuur en sprong in een groot blik. Het was de perfecte verstopplaats, ware het niet dat er veel water in zat. 

[Illustration]

Meneer McGregor was er vrij zeker van dat Pieter ergens in de schuur zat. Wellicht verstopte hij zich onder een bloempot. Hij begon ze één voor één om te keren. 

Pieter kon zich niet inhouden en nieste luid: “Hatsssjooeh!” Meneer McGregor zat hem direct weer op de hielen. 

[Illustration]

Hij probeerde Pieter met zijn voet tegen te houden, maar die sprong uit het raam en raakte de planten. Het raam was te klein voor Meneer McGregor om doorheen te springen en bovendien was hij moe geworden van achter Pieter aanrennen. Hij ging weer aan het werk. 

[Illustration]

Pieter rustte even uit. Hij was buiten adem en schudde van angst. Hij had geen idee waar hij heen moest. En hij was kletsnat van in het water zitten. 

Na een tijdje, begon hij rond te lopen. Zo van: hups, hups. Hij ging niet snel en keek constant om zich heen. 

[Illustration]

Hij vond een deur in de muur, maar die was op slot en er was geen plek voor een klein, dik konijn om er onderdoor te gaan. 

Een oude muis rende van binnen naar buiten over de stenen entree. Hij bracht erwten en boontjes naar zijn familie in het bos. Pieter vroeg haar om de weg naar het hek, maar zij had zo’n grote erwt in haar mond, dat ze niet kon antwoorden. Ze schudde alleen haar hoofd naar hem. Pieter begon te huilen.

[Illustration]

Toen probeerde hij zijn weg te vinden, door recht door de tuin te lopen, maar dat verwarde hem alleen maar meer. Op een gegeven moment kwam hij bij een vijver waar Meneer McGregor zijn waterkannen vulde. Een witte kat keek naar de goudvissen en zat doodstil. Alleen haar staart bewoog af en toe. Pieter achtte het wijs om haar met rust te laten. Hij had van zijn neef Benjamin gehoord over de aard van katten. 

[Illustration]

Pieter liep terug naar de schuur, maar plotseling, vlakbij hem, hoorde hij een krassend geluid. Snel verstopte hij zich onder de bosjes, maar er gebeurde niets. Toen kwam hij weer tevoorschijn, klom in een kruiwagen en keek over de rand. Het eerste dat hij zag, was meneer McGregor, die uien aan het schoffelen was. Hij had zijn rug naar Pieter gekeerd en aan de andere kan was het hek!

[Illustration]

Zachtjes sloop Pieter uit de kruiwagen en begon zo snel als hij kon te rennen. 

Meneer McGregor zag hem, maar dat deerde Pieter niet. Hij glipte snel onder het hek door en was eindelijk terug in het veilige woud, buiten de tuin. 

[Illustration]

Meneer McGregor hing Pieter’s kleine jasje en schoenen op als vogelverschrikker. 

Pieter stopte geen moment met rennen en keek niet meer om, totdat hij thuis was, bij de grote vijgenboom. 

[Illustration]

Hij was zo moe geworden, dat hij meteen op het zachte zand van het konijnenhol neerplofte en in slaap viel. Zijn moeder was druk aan het koken en vroeg zich af wat hij met zijn kleren had gedaan. Het was al het tweede jasje en het tweede paar schoenen dat hij in twee weken had verloren. 

[Illustration]

Het spijt me om te zeggen, maar Pieter voelde zich die avond niet zo goed.

Zijn moeder bracht hem naar bed, zette een kopje kamillethee en gaf het aan Pieter. 

“Eén theelepeltje voor het naar bed gaan”, zei ze. 

[Illustration]

Die avond aten Flopsie, Mopsie en Wipstaart lekker brood, melk, muffins en besjes. 

0Shares
0 replies on “Het verhaal van Pieter Konijn”