Een wolf was zwaargewond geraakt in een gevecht met een beer. Hij kon zich niet meer bewegen en kon zijn honger en dorst daardoor niet stillen. Toen er een schaap voorbij zijn schuilplaats liep, riep hij hem na.
“Haal alsjeblieft wat water voor me”, smeekte de wolf, “dan kom ik misschien weer op krachten en kan ik wat fatsoenlijks eten.”
“Wat fatsoenlijks eten!” zei het schaap. “Je bedoelt mij zeker. Als ik jou nu wat te drinken breng, eet je mij zometeen op en spoel je de restjes weg met het water dat ik jou heb gebracht. Van mij krijg je helemaal niets!”
Auteursvermelding
Aesopus was een Griekse fabeldichter uit de zesde eeuw voor Christus, bekend om zijn korte verhalen waarin dieren menselijke eigenschappen en dwaasheden weerspiegelen. Deze fabel illustreert een van zijn meest terugkerende thema's: de gevaren van naïef vertrouwen in zij die je kwaad wensen.
