Een Vos zag op een dag een prachtige tros rijpe druiven hangen aan een wijnstok, die langs de takken van een boom was gespannen. De druiven leken te barsten van het sap en het water liep de Vos in de mond terwijl hij er verlangend naar staarde.

De tros hing aan een hoge tak en de Vos moest ernaartoe springen. De eerste keer dat hij sprong, miste hij hem volledig. Dus liep hij een klein stukje verder weg en maakte er een rennende sprong van, om opnieuw te kort te schieten. Keer op keer probeerde hij het, maar tevergeefs.

Nu ging hij zitten en keek vol afschuw naar de druiven.

“Wat ben ik toch een dwaas”, zei hij. “Hier ben ik mezelf aan het uitputten om een tros zure druiven te krijgen die het niet waard zijn om ook maar naar te gapen.”
En vol grote minachting liep hij weg.

Auteursvermelding
Aesopus was een vermoedelijk in de zesde eeuw v.Chr. levende Griekse fabeldichter, wiens verhalen al meer dan twee millennia worden doorgegeven. 'De Vos en de Druiven' is een van zijn bekendste fabels en gaf de wereld het begrip 'zure druiven' — een uitdrukking die tot op de dag van vandaag wordt gebruikt voor het wegwuiven van iets wat buiten bereik ligt.
