De Vliegen en de honing

Samenvatting


De Vliegen en de honing is een korte fabel van Aesopus over gulzigheid en zelfbeheersing. Wanneer een pot honing omvalt en haar zoete geur zich verspreidt, aarzelen de vliegen geen moment — ze duiken regelrecht in de plakkerige massa en vreten zich vol. Maar hoe meer ze eten, hoe dieper ze wegzakken. Hun vleugels plakken samen, hun poten weigeren dienst, en wat begon als een feestmaal verandert in een val zonder uitweg.


Luister naar de audio



Lees online

Een pot honing was omgegooid en de plakkerige zoetheid vloeide over de tafel. De zoete geur van de honing trok al snel een groot aantal zoemende Vliegen aan.

Ze wachtten niet op een uitnodiging.

Nee ze gingen meteen middenin de honing zitten om zich vol te vreten. Al snel zaten de Vliegen van top tot teen onder de honing. Hun vleugels plakten aan elkaar. Ze konden hun poten niet meer uit de plakkerige massa trekken. En dus stierven ze en gaven hun leven omwille van de smaak van zoetheid.


Auteursvermelding

Aesopus was een legendarische Griekse fabeldichter, vermoedelijk levend in de zesde eeuw voor Christus, wiens verhalen al eeuwenlang worden doorgegeven als beknopte lessen over menselijk gedrag. De Vliegen en de honing is een van zijn meest directe fabels: met slechts een handvol zinnen schetst Aesopus hoe een onweerstaanbare verleiding kan uitlopen op verderf.