De Visser en de kleine Vis

Samenvatting


De Visser en de kleine Vis is een korte fabel van Aesopus over een arme visser die na een teleurstellende dag slechts één heel klein visje vangt. Het visje smeekt om vrijgelaten te worden, met de belofte later een veel grotere en smakelijkere maaltijd te zijn. De visser weigert echter en kiest voor de kleine, zekere vangst boven een onzekere toekomstbelofte. De fabel stelt een prikkelende vraag: wat is wijzer — vasthouden aan wat je hebt, of gokken op iets beters?


Luister naar de audio



Lees online

Een arme Visser, die leefde van de vis die hij ving, had op een dag pech en ving niets anders dan een hele kleine Vis. De visser wilde het net in zijn mand doen toen het Visje zei:

“Spaar me alstublieft, meneer Visser! Ik ben zo klein dat het niet de moeite waard is om me naar huis te dragen. Als ik groter ben, zal ik een veel betere maaltijd voor u zijn en veel lekkerder smaken.”

Maar de Visser stopte de kleine Vis snel in zijn mand.

“Hoe dwaas zou ik zijn”, zei hij, “om je terug te gooien. Hoe klein je ook bent, je bent altijd nog beter dan helemaal niets.”


Auteursvermelding

Aesopus was een oude Griekse fabeldichter, vermoedelijk levend in de zesde eeuw voor Christus, wiens verhalen al meer dan tweeduizend jaar worden naverteld. Hij staat bekend om korte, puntige fabels waarin dieren menselijke wijsheden en dwaasheden weerspiegelen. De Visser en de kleine Vis is een van zijn minder bekende maar treffende fabels, met een onverwacht nuchtere les over de waarde van zekerheid.