De Boer en de Slang

Samenvatting


De fabel 'De Boer en de Slang' van Aesopus vertelt het verhaal van een goedhartige boer die op een ijskoude winterochtend een bevroren slang aantreft en hem tegen zijn borst warmt om hem te redden. Zodra de slang weer op krachten is, bijt hij zijn redder met dodelijke gevolg. Met zijn laatste woorden waarschuwt de stervende boer de omstanders nooit medelijden te hebben met een schurk — een indringende les over de gevaren van blind vertrouwen.


Luister naar de audio



Lees online

Een Boer liep op een koude winterochtend door zijn veld. Op de grond lag een Slang, stijf en bevroren van de kou. De Boer wist hoe dodelijk de Slang kon zijn, maar toch pakte hij hem op en stopte hem in zijn hemd, tegen zijn borst, om hem weer tot leven te brengen.

De Slang kwam al snel weer tot leven en toen hij genoeg kracht had, beet hij de man die juist zo aardig voor hem was geweest. De beet was dodelijk en de Boer voelde dat hij moest sterven. Terwijl hij zijn laatste adem uitblies, zei hij tegen de mensen die om hem heen stonden: Leer van mijn lot om nooit medelijden te hebben met een schurk.


Auteursvermelding

Aesopus was een oud-Griekse fabeldichter die vermoedelijk leefde in de zesde eeuw voor Christus en wereldberoemd werd om zijn korte verhalen met dieren als personages en een scherpe moraal. 'De Boer en de Slang' is een van zijn meest geciteerde fabels en wordt al eeuwenlang gebruikt als waarschuwing tegen het belonen van ondankbaarheid.