Fezile, we moeten gaan!
Kom en help Gogo haar zwarte schoenen te vinden. 

“Van wie is deze schoen?
Wie zou deze schoen dragen?
Waar zouden ze deze dragen?” 

“Fezile!”
“Ja, Gogo?”
“Waar ben je?”
“Ik ben de schoenen aan het zoeken!” 
“Van wie is deze schoen?
Wie zou deze schoen dragen?
Waar zouden ze deze dragen?” 

Waar ben je, mijn kind?
“Ik ben nog steeds aan het zoeken!” 
“Van wie is deze schoen?
Wie zou deze schoen dragen?
Waar zouden ze deze dragen?” 

Heb je de schoenen gevonden?
“Laten we ze samen zoeken. Haal alsjeblieft de bezem.”
Met Gogo’s hulp vindt Fezile eindelijk de schoenen.


