Het is Tumi’s eerste bezoek aan het park.

“Mama, wat is dat?”
“Het is een glijbaan,” zegt Mama.

“Mag ik erop?” vraagt Tumi.

“Natuurlijk!” zegt Mama.

“Wheeeee!”
“Kijk Mama, ik schommel als een aap.”

“Ik ben net tien keer langs je heen gegaan, Mama!” zegt Tumi.
“Slimme meid!” zegt Mama. “Jij weet hoe je moet tellen!”

“Wil je spelen?” vraagt Tumi.
“Ja!” zegt de jongen.

“Ik ben Tumi.”
“Ik ben Zakhe.”


Tumi ziet de zandbak.

“Laten we een zandkasteel bouwen!” zegt Tumi.
“Ik maak een foto voor Gogo,” zegt Mama.
“Het is tijd om naar huis te gaan nu, Tumi,” zegt Mama.
“Dag, Zakhe!” zwaait Tumi.

“Dag, Tumi!” zegt Zakhe.


