De Wervelwind

Er was eens een mooie prinses. Haar naam was Ladna. Op een dag werd ze oud genoeg om te trouwen. Er kwamen vele prinsen die dat heel graag wilden, maar prinses Ladna was verliefd op prins Dobrotek. Prins Dobrotek was ook verliefd op haar. Het was dan ook geen verrassing dat de prinses en de prins elkaar het jawoord zouden geven.

Op de dag dat het stel zou trouwen ging het hevig waaien. Een wervelwind stak op en sleurde de prinses bij haar geliefde prins vandaan. De wervelwind werd veroorzaakt door een lelijke dwerg. Hij was smoorverliefd op de prinses. Hij had zich een aantal weken ervoor omgetoverd tot een aantrekkelijke prins, maar prinses Ladna had hem afgewezen. Die afwijzing kon de dwerg niet verdragen en daarom besloot hij de prinses te ontvoeren.

De dwerg was niet groter dan zeven centimeter en op zijn rug had hij een grote bult. Opmerkelijk was zijn twee meter lange baard. Hij had de prinses meegenomen naar de top van een paar ontoegankelijke bergen. Het paleis werd omsloten door een hoge muur. De prinses die was flauwgevallen tijdens haar ontvoering, werd wakker in het vreemde paleis, waar de tafel gedekt stond met bestek van zilver en goud. Ze wilde er net iets van eten toen de deuren werden geopend.

Bedienden droegen een grote stoel waarin de lelijke dwerg zat met de lange baard en de grote bult.

De dwerg stapte uit de stoel en vertelde de prinses dat hij haar had ontvoerd omdat hij zoveel van haar hield. Maar de prinses wilde het niet horen en gaf hem een klap in het gezicht. De dwerg wilde haar niet laten zien dat hij zijn geduld aan het verliezen was, omdat hij zoveel van haar hield. Daarom draaide hij zich om en bij het verlaten van de kamer struikelde hij over zijn lange baard. Tijdens zijn val verloor hij zijn muts. De prinses sprong op en deed de deur op slot en raapte de muts op. Ze zette de muts op haar hoofd en keek in het raam om te zien hoe ze eruit zag. Maar het verbaasde haar enorm dat ze zichzelf niet kon zien. Het bleek dat de muts haar onzichtbaar kon maken.

De deur ging weer open met een hard geluid. Nu de dwerg de prinses niet in de kamer zag, wist hij meteen dat ze de muts droeg. De prinses wist te ontsnappen en de tuin in te rennen.

In de tuin groeiden vele fruitbomen. De prinses leefde van de vruchten en dronk water van een bron in de tuin. Ze lachte om de machteloze woede van de dwerg. Soms, als hij wild door de tuin rende, plaagde ze hem door de onzichtbare muts af te nemen, zodat hij haar voor zich zag, in al haar schoonheid. Maar als hij haar achterna snelde, deed ze de muts weer op en werd onzichtbaar voor hem. Ze gooide dan kersenpitten naar hem en rende dan weer weg.

Op een dag raakte haar muts verstrikt in de takken van een boom. De dwerg zag zijn kans en greep de prinses vast. Op dat moment klonk het geluid van een trompet, het teken dat iemand de dwerg uit wilde dagen.

De dwerg werd woedend en nam de uitdaging aan. Maar eerst ademde hij op de prinses waarop ze in diepe slaap viel. Daarna deed hij zijn onzichtbare muts op haar hoofd. Nadat hij dit had gedaan, greep hij zijn zwaard en vloog de wolken in om de ridder die hem van bovenaf had uitgedaagd te doden.

Maar waar kwam deze ridder vandaan?

Toen prinses Ladna door de wervelwind was meegesleurd was het hele koninkrijk in rep en roer. De koning stuurde overal zijn onderdanen naartoe om haar te zoeken. Niemand kon haar vinden. Toen zei de koning tegen prins Dobrotek dat hij haar moest zoeken. Als hem dat niet zou lukken zou de koning hem niet alleen tot de dood veroordelen, maar hij zou ook het hele land in de as leggen.

Prins Dobrotek reisde drie dagen lang zonder te eten of te rusten. Op de vierde dag voelde hij zich doodmoe en viel op een weiland in slaap. Plotseling hoorde hij een kreet. Toen hij zag dat een uil zijn klauwen in een haas zette, pakte hij een voorwerp dat naast hem op de grond lag en mikte op de uil. De uil viel door de klap van het voorwerp dood neer en de haas rende naar de prins om hem te bedanken en ging er vandoor.

Toen zag de prins dat het voorwerp een menselijke schedel was. Het begon tegen de prins te praten, en zei:

“Ik dank u voor wat u voor mij gedaan heeft, prins Dobrotek. Ik pleegde vele jaren geleden zelfmoord. Voor straf hebben ze me op dit weiland neergelegd, zonder mij te begraven tot ik gebruikt zou worden om een ander leven te redden. Ik heb hier zevenhonderdzevenenzeventig jaar gelegen. Wie weet hoeveel langer ik hier had gelegen als jij er niet was geweest om mij naar de uil te gooien om zo het leven van de haas te redden. Begraaf me, zodat ik op dezelfde plek vredig in de grond kan liggen en ik zal je vertellen hoe je het Grijze Zienerpaard kunt oproepen die je altijd zal helpen in geval van nood.”

De prins deed wat de schedel hem gevraagd had en groef een graf waarmee de schedel een vredige rustplaats had gekregen. Daarna riep hij het Grijze Zienerpaard op.

De wind stak op, de bliksem flitste, de donder brulde en een prachtig paard met gouden manen verscheen. Hij vloog zo snel als de stormwind, vlammen schoten uit zijn neusgaten, vonken uit zijn ogen en rookwolken uit zijn mond. Hij bleef staan ​​en zei op menselijke toon:

‘Wat kan ik voor u doen, prins Dobrotek?’

“Ik zit in de problemen. Ik wil dat je me helpt.”

En de prins vertelde het paard alles wat er was gebeurd.

“Kruip bij mijn linkeroor naar binnen,” zei het paard, “en sluip er rechts weer uit.”

Dus de prins sloop bij het linkeroor van het paard naar binnen en kwam er weer uit bij het rechteroor, geheel gekleed in een gouden harnas. Hij merkte ook dat hij op wonderbaarlijke wijze in kracht toenam.

Toen vroeg hij het paard: “Wat moet er nu gebeuren?”

“Prinses Ladna is ontvoerd door de zeven centimeter hoge dwerg met de twee meter lange baard,” zei het paard. “Het is een machtige tovenaar. Hij woont voorbij de zeven zeeën, tussen ontoegankelijke bergen. Hij kan alleen overwonnen worden door het Allesvernietigende Zwaard. Dit zwaard wordt bewaakt door zijn eigen broer, een reusachtig hoofd met een drakenoog. We zullen dus naar het reusachtige hoofd moeten gaan.”

Prins Dobrotek stapte op het paard en ze vlogen als een pijl over land en zeeën, hoge bergen en wijde oceanen. Het paard stopte op een brede vlakte dat  bezaaid was met botten, voor een bewegende berg. En het paard zei:

“Deze bewegende berg, die je voor je ziet, is het hoofd van de reus met een drakenoog. De botten die hier liggen, bewijzen hoe dodelijk zijn uiterlijk is. Dus wees voorzichtig. Hij slaapt nu. Maar slechts twee stappen voor hem ligt het zwaard, waarmee je alleen je vijand kunt verslaan. Ga op mijn rug liggen, zodat zijn blik je niet kan bereiken door mijn nek en manen. Als je er dichtbij komt, grijp het zwaard vast . Als je het hebt, ben je niet alleen veilig voor zijn drakenoog, maar ben je ook baas over het hoofd van de reus.”

En zo pakte prins Dobrotek het zwaard en schreeuwde daarna het reuzenhoofd wakker. Het hoofd zag de prins met het zwaard, en zei: “Zo te zien ben ik nu in jouw  macht. Voordat je me nu dood, zal ik vertellen wie en wat ik ben. Ik ben een ridder van het ras van reuzen en ik ben geworden tot wat ik ben door mijn jaloerse broer. Hij was het zwarte schaap van onze familie. Hij werd geboren als lelijke dwerg met een lange baard. Ik was knap en dat kon hij niet uitstaan. Het enige dat in zijn voordeel werkte, was zijn grote kracht en dat zit allemaal in zijn lange baard. Zolang het niet geknipt is, kan hij niet overwonnen worden. Dat kan alleen maar gedaan worden met het Allesvernietigende Zwaard dat je nu in je handen hebt. Hij heeft met zijn kracht het zwaard gebruikt om mijn hoofd eraf te hakken en heeft het laten liggen, waardoor er gras op begon te groeien. Daarna heeft hij mij betoverd om hier voor eeuwig over het zwaard te laten waken.”

“Ik zal zijn baard met het zwaard inkorten,” beloofde de prins het hoofd. “En wel nu meteen. Grijze Zienerpaard, breng me naar het koninkrijk van de dwergtovenaar met de twee meter lange baard.”

Dus vertrokken ze meteen, razendsnel vliegend door de lucht, over zeeën en bossen. Na een tijdje stopten ze op de top van een hoge berg en het paard zei: “Deze bergen zijn het koninkrijk van de dwergtovenaar. Prinses Ladna en de tovenaar zijn nu allebei in de tuin. Daag hem uit om te vechten.”

Prins Dobrotek blies op zijn trompet, en de dwerg vloog de lucht in, om zich op zijn tegenstander neer te storten.

Toen de prins opkeek, zag hij de dwerg boven hem zweven. De dwerg  had zijn zwaard getrokken, klaar om op hem te vallen.

De prins sprong opzij en de dwerg kwam met zo’n kracht naar beneden dat zijn hoofd en nek in de grond werden geramd.

De prins greep de dwerg bij de baard, wond hem om zijn linkerhand en begon hem met het Allesvernietigende  Zwaard door te snijden. De dwerg werd zwakker en zwakker naarmate hij meer haar verloor en liet zich langzaam vallen. Nadat de prins de hele baard had afgesneden,  haastte hij zich om de prinses te vinden. Maar hij vond haar nergens.

Terwijl hij van de ene plaats naar de andere plaats rende, raakte hij toevallig de onzichtbare muts en trok het weg van het hoofd van de prinses, waarop hij haar meteen zag in al haar schoonheid. Maar ze sliep zo diep door de giftige adem van de dwerg, dat de prins haar niet wakker kon krijgen.

Hij nam haar in zijn armen, stopte de onzichtbare muts in zijn zak en raapte ook de boze dwerg op, die hij met zich meedroeg. Hij klom toen op zijn paard, vloog als een pijl en stond binnen een paar minuten voor het hoofd van de reus. Het reuzenhoofd at de dwerg op en daarna werd het hoofd door de prins in kleine stukjes gehakt.

Nadat hij zich dus zowel van de dwerg als van de reus had ontdaan, reed de prins verder met de slapende prinses, op het Grijze Zienerpaard. Tegen zonsondergang kwamen ze bij dezelfde plek, waar hij hem het eerst had geroepen.

“Hier zullen wij afscheid nemen,” zei het Grijze Zienerpaard; “maar hier in de wei staat je eigen paard, en het is niet ver naar je eigen huis, dus sluip in mijn rechteroor en kom er aan mijn linkerhand weer uit.”

De prins deed wat hem was gezegd en kwam naar buiten zoals hij eerder was.

De prins was moe van de lange reis, dus nadat hij de prinses, die nog sliep, op het zachte gras had neergelegd, ging hij zelf liggen en slapen.

Maar diezelfde nacht reed een van prinses Ladna’s afgewezen prinsen voorbij. In het maanlicht herkende hij de prinses en de prins. Hij pakte zijn sabel en doorboorde er de prins mee. Daarna droeg hij de prinses en bracht haar naar haar vader.

De koning verwelkomde hem opgetogen als de bevrijder van zijn dochter. Maar toen hij merkte dat ze niet wakker was te krijgen, vroeg hij wat haar mankeerde.

“Ik weet het niet, uwe majesteit,” antwoordde de ridder. “Nadat ik de grote tovenaar die de prinses had ontvoerd, had gedood, vond ik haar zoals ze nu is, diep in slaap.”

Prins Dobrotek had ondertussen, dodelijk gewond, nog net kracht genoeg over om het Grijze Zienerpaard te roepen, dat onmiddellijk kwam. Toen het paard zag wat er aan de hand was, vloog het naar de top van de berg van het eeuwige leven waar de prins wonderlijk snel genas. Het paard wist de prins te vertellen dat een rivaal hem dodelijk had gewond, de prinses naar haar vader had gebracht en deed of hij de bevrijder was in de hoop met haar te mogen trouwen.

“Maar wees gerust,” zei het paard. “Je hebt nog wat van de baard van de dwerg in je broekzak. Raak daarmee het voorhoofd van de prinses aan en ze zal daarmee gewekt worden.”

Hierna verdween het Grijze Zienerpaard en de prins riep zijn eigen paard en nam de onzichtbare muts mee op weg naar het koninkrijk van zijn geliefde.

Het koninkrijk was op dat moment omsingeld door vijanden. Prins Dobrotek zette de onzichtbare muts op en viel met zijn Allesvernietigende Zwaard de vijanden aan.

Ze vielen naar rechts en naar links terwijl het zwaard hen aan beide kanten trof, totdat de helft van hen werd gedood en de rest het bos in rende.

Ongezien door iemand kwam de prins aan bij het koninklijk paleis.  De koning, omringd door zijn ridders, hoorde het verslag aan van deze plotselinge aanval, waardoor zijn vijanden waren verslagen. Maar door wie?  Niemand kon het hem vertellen.

Toen nam prins Dobrotek zijn onzichtbare muts af, verscheen plotseling in het midden van de vergadering en zei: “Koning en vader! Ik was het die uw vijanden versloeg. Maar waar is prinses Ladna, die ik heb gered van de tovenaarsdwerg met de twee meter lange baard? Een van uw ridders heeft haar van mij gestolen. Breng mij bij haar, zodat ik haar uit haar magische slaap kan wekken.”

Toen de valse ridder dit hoorde, sloeg hij op de vlucht. Prins Dobrotek raakte met de baard het voorhoofd van de slapende prinses aan. Ze werd direct wakker en staarde hem liefdevol aan met haar mooie ogen.

De koning nam haar in zijn armen. En diezelfde avond trouwde prinses Ladna met haar met prins Dobrotek. De koning gaf hun de helft van zijn koninkrijk, en er was een prachtige bruiloft, zoals nog nooit eerder was gezien of gehoord.

image_pdfDownloadimage_printPrint