Het winterverhaal van een hommelkoningin

Er was eens, in een weiland vol wilde bloemen, een kolonie hommels. De hommels zoemden van bloem naar bloem en verzamelden nectar en stuifmeel om mee terug te nemen naar hun korf. Ze werkten elke dag hard om de planten te bestuiven en ervoor te zorgen dat de weide mooi en vol leven bleef.

Maar naarmate de dagen korter werden en het weer kouder werd, begonnen de hommels langzamer te gaan. Ze wisten dat de winter eraan kwam en dat betekende dat het tijd was om zich voor te bereiden op de winterslaap. Want kinderen, wist je dat niet alleen harige dieren overwinteren, maar ook insecten?

Alle hommels in de kolonie, behalve de nieuwe koningin, stierven, alleen de hommelkoningin gaat in winterslaap. Dit betekent dat ze een belangrijke taak heeft als ze wakker wordt, want ze is alleen en het zal haar verantwoordelijkheid zijn om een hele nieuwe gemeenschap op te bouwen. Ze wordt pas wakker tijdens de warme lentedagen en dan heeft ze een grote klus te klaren.

Het is de taak van de koningin om het voortbestaan van de kolonie te verzekeren, dus terwijl ze sliep maakte ze een stel eieren en liet ze groeien. Na maanden en maanden in winterslaap te zijn geweest, werd ze eindelijk wakker. Ze ging op zoek naar een nieuw thuis voor de kolonie. Ze vloog heinde en verre, op zoek naar de perfecte plek om een nieuw nest te beginnen. Eindelijk, na vele weken zoeken, vond de koningin een gezellige kleine grot diep in het bos verborgen. Het was de perfecte plek voor een nieuw nest en de koningin was erg blij. Ze ging snel aan het werk en bouwde een nieuw huis voor haar kolonie. Daar broedde ze haar eieren uit en toen de hommeltjes groot genoeg waren, namen ze al het huishoudelijke werk over dat ze eerst helemaal alleen deed.

Alle bijen zochten naar voedsel, verzamelden nectar en stuifmeel om in het nieuwe nest op te slaan.

En dus, terwijl de nieuwe hommelkoningin tot wel 9 maanden in winterslaap ging, zorgde ze toch voor het voortbestaan van haar kolonie.

image_pdfDownloadimage_printPrint