Het Wilde Zwijn en de Vos

Samenvatting


In de korte fabel 'Het Wilde Zwijn en de Vos' van Aesopus slijpt een wild zwijn rustig zijn slagtanden tegen een boomstronk. Een listige vos probeert hem af te leiden door angstig om zich heen te kijken en hem voor gek te zetten met de vraag waarom hij zich voorbereidt terwijl er geen enkel gevaar te bekennen is. Het zwijn laat zich niet van de wijs brengen en geeft een onverwacht scherp antwoord dat laat zien wie er werkelijk wijs is.


Luister naar de audio



Lees online

Een Wild Zwijn was druk bezig zijn slagtanden te slijpen tegen de stronk van een boom, toen er een Vos voorbij kwam.

Nu was de Vos altijd op zoek naar een kans om zijn buren voor de gek te houden.
Dus hij maakte er een geweldige show van door angstig om zich heen te kijken, alsof hij bang was voor een verborgen vijand.

Maar het Wilde Zwijn ging, onverstoorbaar, verder met zijn werk.

“Waarom slijp jij eigenlijk je slagtanden”, vroeg de Vos uiteindelijk met een grijns.
“Ik zie geen enkel gevaar.”

“Dat is waar”, antwoordde het Wilde Zwijn, “maar als er gevaar dreigt, zal er geen tijd meer zijn voor zulk werk. Ik heb liever mijn slagtanden, als wapens, klaar voor gebruik. Anders heb ik straks erge pech.”


Auteursvermelding

Aesopus was een Griekse fabeldichter die vermoedelijk leefde in de zesde eeuw voor Christus en wereldwijd bekend staat om zijn korte verhalen met dieren als hoofdpersonen die een morele les bevatten. 'Het Wilde Zwijn en de Vos' is een van zijn bondige fabels waarin slim gevatte dialoog de kern van de boodschap draagt.