De Storm

Prospero, de hertog van Milaan, was een geleerd en leergierig man, die het liefst boeken las. Het beheer van zijn hertogdom liet hij over aan zijn broer Antonio, in wie hij het volste vertrouwen had. Maar dat vertrouwen werd slecht beloond, want Antonio wilde graag zelf hertog zelf worden. Om dat doel te bereiken, zou hij zelfs zijn broer hebben vermoord maar gelukkig hield hij teveel van mensen om zoiets ergs te doen.

Antonio slaagde erin om het hertogdom in handen te krijgen met hulp van Alonso, de koning van Napels. Alonso was een grote vijand van Prospero.

Ze namen Prospero mee, ver de zee op, en dwongen hem in een klein stuurloos bootje te stappen. En ze waren zo gemeen om zijn 3 jaar oude dochtertje, Miranda, ook bij hem in de boot te zetten. Ze hadden zo’n hekel aan Prospero en zijn dochtertje dat ze hen, op zee, aan hun lot overlieten.

Maar één van de hovelingen was zeer trouw aan zijn meester Prospero. De hertog van zijn vijanden redden was onmogelijk, maar er kon wel wat gedaan worden om hem te helpen. Deze trouwe hoveling heette Gonzalo. Hij legde in het geheim wat vers water, proviand en kleding in de boot, en ook wat boeken. Hier was Prospero heel blij mee.

De boot spoelde aan op een eiland en Prospero en zijn kleine dochtertje kwamen veilig aan land. Nu was dit eiland al jarenlang betoverd door de heks, Sycorax. Zij had alle goede geesten op het eiland in de stammen van bomen opgesloten. Ze stierf kort voordat Prospero op het eiland kwam, maar de geesten, van wie Ariel het hoofd was, zaten nog in de boomstammen opgesloten.

Prospero had, in de jaren waarin hij de zaken in Milaan niet hoefde te regelen, de toverkunst bestudeerd en was nu een groot tovenaar.

Dus hij bevrijdde, met zijn toverkunst, de gevangen geesten, maar ze moesten hem wel gehoorzamen. Dat deden ze en ze waren nog betere onderdanen dan zijn volk in Milaan was geweest. Hij behandelde de geesten vriendelijk en nam goede en wijze beslissingen voor hen. Voor Caliban, de misvormde zoon van de boze oude heks, moest hij wel strenger zijn. Deze zoon was gemeen en brutaal en had geen manieren.

Op een dag, jaren later, toen Miranda al opgegroeid was tot een mooi en lief meisje, kwamen Antonio en Alonso, samen met zijn broer Sebastian en zijn zoon Ferdinand, met hun schip vlak langs Prospero’s eiland. Prospero wilde wraak op hen nemen en veroorzaakte, met zijn toverkracht, een grote storm. Het stormde zo hard dat alle matrozen aan boord dachten dat ze reddeloos verloren waren. Het schip verging inderdaad maar de bemanning, die in zee was gesprongen, werd gered. Ariel, het hoofd van de goede geesten op het eiland, had hiervoor gezorgd. Zulke wonderen konden alleen Prospero en zijn geesten verrichten.

Terwijl de storm nog woedde, had Prospero zijn dochter het schip laten zien en haar verteld dat het bemand werd met levende mensen, zoals zij. Zij smeekte, uit medelijden met hen, of de storm weer mocht gaan liggen. Toen had haar vader haar verteld dat ze echt niet bang hoefde te zijn, omdat hij van plan was om iedereen te redden.

Daarna vertelde hij haar, voor het eerst, zijn levensverhaal en ook het verhaal van haar leven. En dat hij deze harde storm had veroorzaakt om zijn vijanden, Antonio en Alonso, die aan boord waren van het schip, in handen te krijgen.

Toen zijn verhaal klaar was, betoverde Prospero haar in slaap, want Ariel was in de buurt en hij had werk voor hem te doen. Ariel, die naar zijn vrijheid verlangde, mopperde dat er zo hard gewerkt moest worden. Maar toen herinnerde Prospero hem dreigend aan alle ellende die er was toen de heks Sycorax het land regeerde. Ook herinnerde hij hem eraan dat hij dankbaarheid verschuldigd was aan zijn meester. Toen hield Ariel op met klagen, en beloofde trouw Prospero’s bevelen op te volgen

“Doe wat ik je zeg,” zei Prospero, “en binnen twee dagen ben je een vrije geest.”

Toen vroeg hij Ariel de gedaante van een waternimf aan te nemen en zei dat hij een jonge prins moest gaan zoeken. En Ariel, onzichtbaar voor Ferdinand, bleef naast hem hangen en zong ondertussen zacht:

“Kom naar dit gele zand, Pak elkaars hand, Wees hoffelijk en kus elkaar Voel het hier en daar, En laat de lieve geesten deze last dragen!”

En Ferdinand volgde het magische gezang, terwijl het lied veranderde in plechtige woorden die verdriet in zijn hart en tranen in zijn ogen brachten. Ze klonken zo:

“In de diepe wateren van de zee ligt uw vader, Er is koraal gemaakt van zijn botten, Zijn ogen zijn parels geworden, Niets van hem verdwijnt, Het ondergaat alleen een verandering, Het verandert in iets groots en vreemds, Zeenimfen luiden elk uur de klok voor hem Hoor! Nu hoor ik ze, ding dong doet de bel!”

En zo zingend leidde Ariel de betoverde prins naar Prospero en Miranda. En kijk, alles gebeurde zoals Prospero wenste. Want Miranda, die voor het eerst een ander mens zag, keek met eerbied in haar ogen en met vurige liefde naar de jeugdige prins. Zij had, in haar leven, nog nooit iemand anders gezien dan haar vader.

“Ik zou zeggen dat hij goddelijk is want ik heb nog nooit iets natuurlijks gezien wat zo mooi is.”

En Ferdinand, die verrukt was over haar schoonheid riep uit: “Zij is als een godin zo mooi!”

De hartstocht, die ze in hem opwekte, kon hij niet verbergen. En nadat ze even gepraat hadden, zwoer hij dat hij haar tot zijn koningin zou maken als ze dat wilde. Maar Prospero, hoewel heimelijk heel blij, deed alsof hij woedend was op Ferdinand.

“Je komt hier als een spion”, zei hij tegen Ferdinand. “Ik zal je nek en voeten aan elkaar binden, en je zult je voeden met zoetwatermosselen, verdorde wortels en kaf, en zeewater te drinken hebben. Volg mij nu maar.”

“Nee”, zei Ferdinand en trok zijn zwaard. Maar op dat moment betoverde Prospero hem en hij stond hij daar, stil als een stenen beeld. Miranda smeekte haar vader angstig om genade voor haar minnaar. Maar haar vader weigerde en dwong Ferdinand hem te volgen naar zijn cel. Daar zette hij de prins aan het werk en liet hem duizenden zware houtblokken hakken en opstapelen. Ferdinand gehoorzaamde geduldig en vond dat zijn zwoegen maar al te goed werd beloond want nu kon hij misschien samen zijn met de lieve Miranda.

Hij stond niet toe dat ze medelijden met hem had omdat hij zo hard moest werken maar hij kon zijn liefde niet voor haar verborgen houden en vroeg haar ten huwelijk. Toen ze dit hoorde, was ze zeer verheugd en beloofde zijn vrouw te worden.

Toen ontsloeg Prospero hem van zijn taken, en blij van hart, gaf hij zijn toestemming voor het huwelijk.

“Neem haar tot je vrouw”, zei hij, “ze is de jouwe.”

Ondertussen beraamden Antonio en Sebastian op een ander deel van het eiland de moord op Alonso, de koning van Napels. De deden dit omdat ze dachten dat Ferdinand dood was en ze dachten dat Sebastian de troonopvolger zou worden na Alonso’s dood. En ze zouden hun slechte daad uitvoeren als hun slachtoffer sliep, maar gelukkig had Ariel hem net op tijd wakker had gemaakt.

Daarna bedonderde Ariel de mannen met wat van zijn magie. Ze werden angstig en wilde zich berouwen voor hun zonden.

Prospero was vastbesloten om nog een laatste keer gebruik te maken van zijn magische kracht. “En daarna”, zei hij, “breek ik mijn toverstaf doormidden en gooi mijn toverboek in het water.”

Dus liet hij hemelse muziek klinken in de lucht en verscheen aan hen als de hertog van Milaan. Omdat ze berouw hadden, schonk hij vergiffenis en vertelde hij hen het verhaal van zijn leven vanaf het moment dat ze hem en zijn dochtertje wreed hadden overgeleverd aan de genade van wind en golven.

Alonso, die het meest spijt leek te hebben van zijn misdaden in het verleden, betreurde het verlies van zijn erfgenaam. Maar Prospero trok plotseling een gordijn opzij en toonde hen Ferdinand en Miranda. Groot was Alonso’s vreugde om zijn geliefde zoon weer te begroeten! Toen hij hoorde dat de mooie dame met wie Ferdinand samen was Prospero’s dochter was, en dat de jonge mensen met elkaar zouden trouwen, zei hij:

“Geef me jullie handen, en laat vreugde het verdriet in je hart omarmen.”

Dus alles eindigde gelukkig en goed. Het schip lag veilig in de haven en de volgende dag zetten ze allemaal koers naar Napels, waar Ferdinand en Miranda zouden trouwen. Ariel schonk hen kalme zeeën en gunstige stormen en er waren heel veel mensen op de bruiloft.

Toen keerde Prospero, na vele jaren van afwezigheid, terug naar zijn eigen hertogdom, waar hij met grote vreugde werd verwelkomd door zijn trouwe onderdanen. Hij beoefende geen tovenarij meer, maar hij had een gelukkig leven, niet alleen omdat hij zijn hertogdom en onderdanen weer had gevonden, maar vooral omdat hij, toen zijn ergste vijanden hem dodelijk onrecht aan deden en aan zijn genade waren overgeleverd, hij geen wraak op hen had genomen maar hen had vergeven.

Wat Ariel betreft, Prospero maakte hem zo vrij als de lucht, zodat hij kon dwalen waar hij wilde, en met een licht hart zijn zoete lied zingen.


Downloads