De stinkbloem

Er was eens in de dichte regenwouden van Zuidoost-Azië een groep bromvliegen en een prachtige rafflesia-plant. De bromvliegen waren altijd op zoek naar rottend vlees om hun eieren in te leggen, en de rafflesia-plant was altijd op zoek naar een manier om zijn zaden wijd te verspreiden.

De bromvliegen waren altijd jaloers geweest op vlinders, bijen en wespen. Ze konden op de mooiste bloemen zitten en genieten van hun zoete nectar, maar de bromvliegen walgden van die geur. Ze gaven de voorkeur aan de stank van verval en rot. De vlinders, wespen en bijen lachten altijd om de bromvliegen, want ze aten uitwerpselen en rottend vlees.

Op een dag kwamen de bromvliegen de rafflesia-plant tegen en werden onmiddellijk aangetrokken door de sterke, doordringende geur. De plant daarentegen was verheugd een groep vliegen te hebben gevonden die zijn zaden kon helpen verspreiden.

Dus besloten de bromvliegen en de rafflesia-plant samen te werken. De bromvliegen legden hun eieren op de sterke, leerachtige bloemblaadjes van de plant, en in ruil daarvoor bood de plant de vliegen een veilige plek om hun eieren te leggen.

En dus plaagden de bromvliegen regelmatig de vlinders, bijen en wespen, want ze voedden zich nu met de grootste bloem ter wereld. Ze waren niet meer jaloers op de andere insecten en trots op hun unieke samenwerking met de rafflesia-plant.

image_pdfDownloadimage_printPrint