Het schijnt, dat de pauw niet altijd vol trots van die mooie veren heeft gedragen. Deze zijn hem na vele smeekbeden gegeven om hem te onderscheiden van de andere vogels. Bedekt met prachtige gouden, paarse en azuurblauwe veren paradeerde hij trots langs de andere vogels. Allen bekeken hem met jaloezie. Zelfs de mooiste fazanten moesten toegeven dat de pauw er beter uitzag.
Op een dag zag de pauw een adelaar hoog in de lucht en hij voelde de aandrang om te vliegen. Hij was namelijk gewend dit te kunnen doen. Maar toen hij zijn vleugels optilde en probeerde los te komen van de grond, bleken zijn veren te zwaar. In plaats van dat hij hoog in de lucht de eerste zonnestralen van de dag begroet of een bad neemt in het rozige zonlicht net voor zonsondergang, loopt hij nu als een boerenhoen over de grond.
Auteursvermelding
Aesopus was een oude Griekse fabeldichter, vermoedelijk levend in de zesde eeuw voor Christus, wiens korte verhalen met dieren nog altijd wereldwijd worden gelezen. Zijn fabels, waaronder De Pauw, zijn door de eeuwen heen mondeling overgeleverd en later op schrift gesteld. Deze fabel behoort tot de traditie waarin uiterlijke schoonheid en innerlijke vrijheid tegenover elkaar worden gesteld.

