De man die de hele nacht in de rivier stond

Er was eens een Koning die een dochter had, en hij zei dat hij zijn dochter ten huwelijk zou geven aan de man die zijn kleren zou uittrekken en een hele winternacht in de rivier zou staan. “Als hij er levend uitkomt”, zei de Koning, “zal mijn dochter met hem trouwen, en als hij sterft, wel, dan hij is weg.”

Veel mannen probeerden het, en stierven. Tot op een dag een man een hele winternacht in de rivier stond en er levend uitkwam. De Koning zei tegen hem: “Veel anderen zijn gestorven, hoe ben je er levend uitgekomen?” De man antwoordde: “Er brandde een vuur op de heuvel, ik hield mijn hart op dat vuur gericht, en dus kwam ik er levend uit.”

De Koning zei: “Je hebt je gewarmd aan het vuur”. De man antwoordde: “Koning! Ik was in de rivier en het vuur was op de heuvel. Hoe zou ik me dan kunnen warmen? U bent Koning, u bent machtig, laat God mij recht doen.”

De Koning stuurde hem weg en keerde terug naar zijn paleis. Hij riep zijn dochter om hem wat eten te brengen. Ze antwoordde: “Je eten is nog niet klaar.” Na een tijdje vroeg de Koning opnieuw om zijn eten, en opnieuw zei zijn dochter: “Je eten is nog niet klaar.” Toen eiste hij voor de derde keer zijn eten en zijn dochter zei: “Mijn heer de Koning! De bakplaat staat op het dak van het huis en het vuur is in de tuin. Zodra de bakplaat warm is, zal ik uw eten koken.”

De Koning zei: “De bakplaat staat op het dak en het vuur is beneden? Hoe kan de bakplaat dan heet worden?”

Toen zei zijn dochter: “Die man was de hele winternacht in de rivier en het vuur was op de heuvel. Hoe zou hij zich dan aan het vuur kunnen warmen? U bent Koning, en Koningen moeten hun woord houden. U hebt een belofte gedaan met uw mond. Laat zo’n onrecht niet gebeuren, vrees God.”

Toen zei de Koning: “Jij, mijn dochter, hebt bewezen dat ik niet eerlijk was.” En daarop gaf hij zijn dochter ten huwelijk aan de man.

image_pdfDownloadimage_printPrint