De IJspegelmaker van oom Wiggily

Op een dag, toen oom Wiggily vroeg op pad was om de zon op te zien komen, passeerde hij een rotsachtige richel met veel ijspegels. Terwijl de zon op de ijspegels scheen, veranderden ze in alle kleuren van de regenboog. “Wat geweldig”, riep het konijn. “Wie heeft dit gemaakt?” Een klein mannetje naast hem zei: “Dat heb ik gedaan! Ik ben Jack Frost. En omdat jij aardig voor me bent geweest, geef ik jou ook de kracht om ijspegels te maken!”

“Als je ijspegels wilt maken”, zei Jack Frost tegen oom Wiggily, “druk je gewoon op de knop van de IJspegelmaker. Er komt dan water uit en door een magische kracht zal het bevriezen tot ijspegels.” Het konijn bedacht dat dit wel heel leuk zou zijn. En huppelde verder door het bos. Al snel kwam hij bij een diep ravijn dat hij wilde oversteken, maar er was geen brug en de weg eromheen was lang. “Ik zal nu de truc van Jack Frost proberen”, zei oom Wiggily.

Hij drukte en uit de magische IJspegelmaker van Jack Frost spoot inderdaad water. Het viel en bevroor, waardoor er een brug van ijspegels ontstond. “Ha, dit is leuk”, lachte oom Wiggily terwijl hij de ijsbrug overstak. Hij zag niet dat de slechte Vos achter hem aan was gegaan. “Wat voor raar spelletje speelt dat konijn toch”, gromde de Vos. “Ik moet hem zien te volgen. Hij heeft een brug gemaakt waar er voorheen geen was. Ik ga achter hem aan en hem vangen!”

Nadat hij de ijspegelbrug was overgestoken, liep oom Wiggily naar het huis van oom Boter, de geit. “Help me naar beneden, oom Wiggily!” blaatte de geit. “Ik was een lek in mijn dak aan het repareren en de oude vos kwam langs en nam mijn ladder mee.” Het konijn zei dat hij zijn vriend zou helpen en wees op het speelgoed. “Oh maar ik zei HELPEN – niet SCHIETEN!”, riep oom Boter verschrikt, maar meneer Langoor lachte alleen maar.

“Ik ga je niet op je schieten”, zei oom Wiggily. “Dit is de magische IJspegelmaker van Jack Frost. Ik zal een ladder voor je maken!” Dus het konijn deed dat, en de geitenheer kwam veilig naar beneden. De slechte oude Vos, die de ladder had gestolen, in de veronderstelling dat het hem zou helpen oom Wiggily te vangen, gluurde om de hoek. “Ik vraag me toch af hoe ik dat konijn kan pakken?”, dacht de Vos weer.

Oom Wiggily stapte verder. Al snel kwam hij bij het huisje van mevrouw Krulstaart, de varkensdame. “Oh nee”, gilde de varkensdame. “Mijn kledingstokken zijn weg en al mijn mooie schone kleren zullen in de modder vallen!”

“Ik zal wat ijspegelstokken voor je maken, mevrouw Krulstaart”, zei oom Wiggily.

“IJspegels waar kleren aan kunnen hangen! Ik heb nog nooit van zulke dingen gehoord”, riep Floppy, het kleine varkentje dat de hark gebruikte om zijn moeder te helpen de lijn omhoog te houden. “Ik zal het jullie laten zien”, lachte oom Wiggily. Hij spoot vier keer water de lucht in. Toen bevroor het water tot ijspegels en de varkensdame kon ze gebruiken voor haar waslijnen.

Na deze vriendelijke daad voor mevrouw Krulstaart te hebben verricht, huppelde oom Wiggily weer verder. Hij liep door het bos toen plotseling de slechte Vos weer achter een struik vandaan kwam rennen. “Nu heb ik je te pakken”, gilde hij. “Je kunt nu niet meer wegkomen!” Oom Wiggily wees op zijn magische speeltje. “Ha! Ha! Ik ben niet bang voor een beetje water”, lachte de Vos. “Jij kunt niets meer doen!”

Maar toen liet oom Wiggily plotseling water uit de magische IJspegelmaker spuiten en het konijn maakte ijspegels in de lucht. De uiteinden van de ijspegels kwamen op de grond. Hij maakte zoveel ijspegels totdat hij een kooi had gemaakt, van ijs, rondom de slechte Vos.

“Laat maar eens zien dat je me nu nog te pakken krijgt!” lachte het konijn. “Nu ben ik weer voor de gek gehouden”, brulde de Vos boos. “Wie had ooit gedacht dat ik in een kooi van ijspegels zou worden opgesloten?”

image_pdfDownloadimage_printPrint