De Eik en het Riet

Samenvatting


De fabel "De Eik en het Riet" van Aesopus vertelt het verhaal van een trotse, machtige Eik die neerkijkt op de buigzame Rietstengels langs de beek. Waar de Eik zijn kracht bewijst door rechtop te blijven staan in de storm, bewegen de Rietstengels rustig mee met de wind. Als er een verwoestende orkaan uit het noorden nadert, worden beide op de proef gesteld — en blijkt dat trots en starheid een gevaarlijke combinatie kunnen zijn.


Luister naar de audio



Lees online

Er stond eens een gigantische Eik bij een beek, omringd door slanke Rietstengels. Toen de wind hard blies, stond de Eik trots rechtop met zijn honderden takken naar de hemel opgeheven. 

Maar de Rietstengels bogen mee met de wind en zongen een droevig en treurig lied. 

“Jullie hebben reden tot klagen”, zei de Eik. “De geringste bries die het wateroppervlak laat bewegen, doet jullie hoofden meebuigen. Maar ik, de machtige Eik, sta rechtop en stevig in de huilende storm. 

“Maak je geen zorgen om ons”,  antwoordden de Rietstengels. “De winden doen ons geen kwaad. Wij buigen voor hen en dus breken wij niet. Jij hebt tot nu toe, met al je trots en kracht, de windstoten weerstaan. Maar daar komt een einde aan.”

Terwijl de Rietstengels spraken, kwam er een grote orkaan uit het noorden.

De Eik bleef trots rechtop staan en vocht tegen de storm. De buigzame Rietstengels bewogen met de wind mee. Toen verdubbelde de wind woedend zijn kracht en plotseling viel de grote boom om. 

De wortels van de Eik waren door de harde windstoten afgescheurd en uit de grond gerukt.  De boom lag nu te midden van de Rietstengels die, vol medelijden, naar hem keken. 


Auteursvermelding

Aesopus was een oude Griekse fabeldichter, vermoedelijk levend in de zesde eeuw voor Christus, wiens verhalen eeuwenlang mondeling werden doorgegeven voordat ze werden opgeschreven. Hij staat bekend om zijn korte fabels met dieren als hoofdpersonages, die telkens eindigen met een morele les. "De Eik en het Riet" is een van zijn meest geliefde fabels en verscheen later ook in een beroemde navertelling door de Franse dichter Jean de La Fontaine.