De IJskoning en zijn geweldige kleinkind

Heel, heel lang geleden, toen alle landen van Noord-Europa nog één land waren, dachten onze voorouders dat feeën goden waren. Ze bouwden tempels ter ere van hen en gingen er bidden. Op de plek waar nu het stadje Ulrum in Friesland ligt, woonde de geest in het ijs, Uller. Dat is wat Ulrum betekent, het huis van de goede fee Uller.

Uller was de patroonheilige van jongens en meisjes. Ze mochten hem graag, omdat hij de schaats en de slee had uitgevonden. Hij was de baas van de winter en genoot van de kou. Gekleed in dik bont, hield hij ervan om door de heuvels en door de bossen te zwerven, op zoek naar de wolf, de beer en het hert. Zijn pijl en boog waren verschrikkelijk, want ze waren erg groot en zijn schot was altijd in de roos. De taxusboom was heilig voor Uller, omdat de beste bogen van taxushout werden gemaakt. Niemand kon een taxusboom omhakken zonder Uller boos te maken.

Hij bracht de mensen niet veel zegeningen. Toch kwamen er elk jaar duizenden mensen naar Ulrum om zijn hulp te vragen. Ze vroegen hem zware sneeuwval te sturen, om de grond te bedekken. Dat betekende namelijk een goede voedseloogst voor het volgende jaar. De witte sneeuw, die dik op de grond lag, weerhield de ijsreuzen ervan om de aarde te laten bevriezen. Vanwege de het dikke pak wintersneeuw was de grond de volgende zomer dan zacht. Het zaadje ontkiemde dus makkelijker en dan was er genoeg te eten.

Als Uller door de sneeuw reisde, bond hij sneeuwschoenen aan zijn voeten. Omdat deze de vorm hadden van een krijgers-schild, werd Uller vaak de “schildgod” genoemd. Zijn bescherming werd vooral gevraagd door mannen die duels uitvochten met zwaard of speer, wat vroeger heel gewoon was, of door soldaten of jagers, die heel dapper wilden zijn, of gevaarlijke avonturen hadden ondernomen.

Toen Uller trouwde, koos hij de sterke Skadi, omdat zij een jageres was en van dezelfde dingen hield als hij. Ze hebben dan ook nooit gevochten samen. Skadi was erg sterk, dol op sport en op het jagen op wilde dieren. Ze rende met wonderbaarlijke snelheid over de heuvels en dalen. Haar bewegingen waren zo snel dat veel mensen haar vergeleken met de koude bergstroom, die van de hoge toppen en over de rotsen naar beneden springt, schuimend en onstuimig.

Skadi was erg mooi om te zien. Het was dus geen wonder dat veel van de goden, feeën en mannen verliefd op haar werden. Als je naar haar plaatjes kijkt, zul je zien dat ze zo mooi was als de heldere winter zelf, wanneer Jack Frost de bomen wit kleedt en de wangen van de meisjes prachtig roze maakt. Ze droeg een pantser van glanzend staal, een zilveren helm en beenkappen van wit bont. Haar sneeuwschoenen hadden de tint van de winter. Naast een glinsterende speer had ze een boog en scherpe pijlen. Deze werden vastgehouden in een zilveren pijlenkoker die over haar schouders hing. Al met al zag ze eruit als een echte levende “winter”. Ze hield ervan om in de bergen te wonen en de donderslagen, het neerstorten van lawines en het kreunen van de wind in de dennenbossen te horen. Zelfs het gehuil van wolven klonk haar als muziek in de oren. Ze was nergens bang voor.

De nakomelingen van Uller en Skadi waren allemaal dochters. Ze kregen echte winternamen: Gletsjer, Kou, Sneeuw, Sneeuwstorm, Sneeuwwerveling en Sneeuwvlok. Ze leken allemaal op elkaar, zodat sommige mensen ze de Zes Witte Zusters noemden.

Ze waren allemaal zo groot en machtig dat velen ze als reuzinnen beschouwden. Niemand kon hen tegenhouden of wegjagen, behalve de god van de zon. Maar in de winter verliet zelfs hij de wereld en ging weg. Gedurende die tijd, dat wil zeggen gedurende zeven maanden, besteeg Uller de troon en regeerde hij de zaken van de wereld. Toen de zomer aanbrak, ging Uller met zijn vrouw naar de Noordpool. Daar konden ze ronddolen op hun sneeuwschoenen. En hun dochters kwamen op bezoek en ze hielden er allemaal van om tijd door te brengen in de bergen en in de sneeuw. Toen de dochters jong waren, was alles aangenaam, want toen vonden de meisjes genoeg vermaak in hun dagelijks spel. Maar toen ze volwassen waren en hun hoofd gevuld begon te raken met gedachtes over de jonge reuzen die hen bezochten, begonnen de problemen.

Er was een jonge reuzenfee genaamd Vuur, die vaak alle zes de dochters van Uller kwam opzoeken. Toch kon niemand zeggen op wie van hen hij verliefd was, of het meisje noemen dat hij het leukst vond, zelfs de dochters zelf niet. Zijn karakter en zijn kwaliteiten waren niet goed bekend, want hij kwam in veel verschillende vermommingen aan en verscheen op veel plaatsen. Men geloofde echter dat hij al veel kwaad had gedaan en waarschijnlijk nog meer zou doen, want hij hield van vernietiging. Toch hielp hij de dwergen vaak om belangrijke dingen te doen. Dus dat toonde aan dat hij wel van enig nut was. In feite was hij de vuurfee. Hij bleef de zusters bezoeken, lang nadat de eerste meidag was aangebroken. Hij verlengde zijn bezoeken totdat de hitte de Zes Witte Zusters in water veranderde. Zo werden ze één.

Hierop werd Uller erg boos omdat Vuur zo lang had gewacht met het stellen van de huwelijksvraag, en omdat zijn dochters hun vormen verloren. Hij werd zo boos dat hij Vuur met hen allemaal liet trouwen en ze in één keer de naam Regen aannamen.

Toen het kind van Vuur en Regen geboren werd, bleek het qua lichaam en karakter precies te zijn wat men van zo’n vader en moeder verwachtte. Het kind heette Stoom. Hij groeide hard en toonde al snel dat hij net zo krachtig was als zijn ouders. Toch was hij nog veel sterker, wanneer hij opgesloten zat, dan wanneer hij vrij in de lucht mocht zwerven. Stoom deed graag allerlei kunstjes. In de keuken liet hij het deksel van de ijzeren ketel op en neer gaan.

Als hij in een vat zou worden opgesloten, of het nu van ijzer of aardewerk was, wanneer het boven het vuur werd geplaatst, zou hij de pot of ketel helemaal aan stukken blazen om eruit te komen. Omdat hij zichzelf een geweldige zanger vond, maakte hij een aangenaam geluid als zijn moeder hem uit een tuit liet komen. Toch gehoorzaamde hij nooit zijn ouders. Als ze probeerden Stoom ergens in op te sluiten, ontsnapte hij altijd met een vreselijk lawaai. In feite kon hij nergens lang in blijven, zonder een explosie.

Soms daalde Stoom diep in de aarde af om de diepe vuren te ontmoeten die altijd onder ons branden. Dan zou er een vreselijke aardbeving komen, want Stoom wilde eruit, en de aardkorst liet hem niet toe, maar probeerde hem tegen te houden. Soms gleed Stoom naar beneden in de mond van een vulkaan. Dan moest de berg, om zichzelf te redden van verstikking, Stoom uitspugen, en dit veroorzaakte altijd een vreselijke stroom lava op de grond, een vulkaanuitbarsting. Of Stoom bleef een tijdje als gast in de krater om af en toe stilletjes naar buiten te komen, met zacht gerommel en gepuf.

Zelfs als Jack Frost in de buurt was en de leidingen in huis bevroor, of het water van de potten, pannen, ketels en flessen in vast ijs veranderde, gedroeg Stoom zich erg slecht. Als de bevroren ketels, of een ander gesloten vat, boven het fornuis of in de buurt van het vuur werden gezet en het ijs op de bodem te snel smolt, zou Stoom het geheel opblazen. Op deze manier bracht hij vaak het leven van mannen in gevaar.

Niemand leek te weten hoe hij met deze ondeugende fee om moest gaan. Dus lieten ze hem zijn gang maar gaan. Maar hoewel hij genoot van zijn eigen trucs en veel plezier had, riep hij de hele tijd met zijn eigen stem de mensen op om hem op de juiste manier te gebruiken. Want hij was echt bereid hen van dienst te zijn op welke manier dan ook.

Zolang de mensen Stoom niet fatsoenlijk behandelden en hem de ruimte gaven, zou hij exploderen, opblazen en vernietigen. Hij kon zingen, sissen, gillen, fluiten en allerlei andere geluiden maken en dan uiteindelijk zijn geduld verliezen en exploderen. Stoom had geen respect voor verwaarloosde ketels.

Maar goed ingezet op de juiste plaats en goed behandeld, en gevoed met het voedsel van zijn moeder, is Stoom groter en sterker dan welke reus of fee dan ook. Hij kan een schip, een locomotief, een onderzeeër of een vliegtuig in beweging zetten en besturen.

En iedereen, over de hele wereld, is tegenwoordig blij dat Stoom zo’n goede en harde werker is.

image_pdfDownloadimage_printPrint