De Nieuwe Kleren van de Keizer

Hans Christian Andersen


De Nieuwe Kleren van de Keizer


Er was eens een keizer die zo dol was op nieuwe kleren dat hij al zijn geld er aan uitgaf. Het liefste wat hij deed was zijn nieuwe kleren laten zien! Op een dag kwamen er in het paleis twee bedriegers. Ze zeiden dat ze wevers waren en speciale stof konden maken die onzichtbaar was. Domme en oneerlijke mensen konden de stof niet zien.


De Nieuwe Kleren van de Keizer

De keizer vond het een geweldig idee om deze stof te kopen. Zo zou hij ontdekken welke onderdanen oneerlijk of dom waren. Hij gaf de bedriegers veel geld en zij gingen weven. Ze bestelden de mooiste stoffen en deden alsof ze heel hard werkten maar eigenlijk stopten ze alles in hun eigen zak en maakten helemaal niets!

Even later was de keizer benieuwd of de kleren klaar waren. Hij vond het ook spannend. Stel je voor dat hij zelf de nieuwe kleren niet zou kunnen zien. Dus stuurde hij eerst een slimme man. Toen hij de lege weefgetouwen zag schrok hij enorm: o nee er was niets te zien. Maar hij zei niks.


De Nieuwe Kleren van de Keizer

De bedriegers toonden de kleren. Maar weer zag hij niets. Hij dacht: ben ik nu zo akelig dom? Dit mag nooit iemand weten. Dus hij zei dat de kleren prachtig werden. De wevers lachten tevreden. Ze vroegen om meer geld en stopten alles in hun zak.

Toen stuurde de keizer een eerlijke man. Maar ook deze man zag helemaal niets. Hij wist zeker dat hij niet dom was, dus dan was hij zeker niet eerlijk. Natuurlijk mocht niemand dat weten. Dus ook hij deed alsof en zei dat de kleren prachtig waren.

Daarna ging de keizer zelf kijken. Hij nam een heleboel mensen mee, ook de slimme en de eerlijke man. Zij zeiden: kijk eens Uwe Majesteit wat een mooie kleren. Ze dachten namelijk dat de andere mensen de kleren wel konden zien.

O wat nu dacht de keizer, ik zie helemaal niets. Ben ik dom of oneerlijk? Dat zou verschrikkelijk zijn. Dus ook hij deed alsof hij de kleren zag. Al zijn mensen zagen ook niets maar zeiden dat de kleren prachtig waren.

De volgende dag was er een feestelijke optocht. De hele nacht ervoor deden de bedriegers alsof ze hard werkten. ‘s Ochtend gingen de keizer en zijn hofhouding opnieuw kijken en de wevers zeiden: de kleren zijn zo licht als spinrag, het lijkt alsof je niets aan hebt maar dat maakt het juist zo mooi.

Schitterend riep iedereen maar niemand kon wat zien want er was ook niets. De keizer trok zijn oude kleren uit en deed de “nieuwe kleren” aan. Hij zag niets in de spiegel maar iedereen riep: wat een prachtige kleren!


De Nieuwe Kleren van de Keizer

Buiten stond de koninklijke koets klaar voor de optocht. Kijk eens naar mijn nieuwe kleren zei de keizer, staan ze mij niet goed? De kamerheren moesten de sleep tillen en deden alsof ze de kleren konden zien.

Zo begon de optocht van de keizer in zijn nieuwe kleren. Alle mensen op straat riepen: "Wat zijn de nieuwe kleren mooi en wat een lange sleep!" Niemand wilde laten merken dat ze helemaal niets zagen want dan zouden ze dom of oneerlijk zijn geweest.


De Nieuwe Kleren van de Keizer

Maar plotseling riep een klein kind: de keizer heeft helemaal niets aan! En al snel ging het nieuwtje rond dat de keizer in zijn blootje was.

"Alle mensen riepen de keizer heeft niets aan!" Toen de keizer dit hoorde dacht hij wel dat het volk gelijk had, maar dat het beter was dat hij deed alsof hij wel kleren aan had. En dus gingen zijn kamerheren gewoon door met het tillen van zijn sleep.

Download de PDF van De Nieuwe Kleren van de Keizer met plaatjes