Roodkapje

Gebroeders Grimm


Roodkapje


Er was eens een lief klein meisje. Iedereen hield van haar. Haar grootmoeder het allermeest. Zo gaf ze haar eens een rood fluwelen mutsje. Het meisje droeg het mutsje altijd en sindsdien wordt ze Roodkapje genoemd.


Roodkapje

Op een dag was grootmoeder ziek. Dus Roodkapje ging haar wijn en koekjes brengen. Daar zou ze vast van opknappen. Haar moeder zei haar niet van het bospad af te gaan en voorzichtig te doen. Ze moest ook netjes: "grootmoeder goedendag" zeggen.

Roodkapje beloofde het en ging vrolijk op pad. Grootmoeder woonde diep in het bos, meer dan een half uur lopen van het dorp. In het bos kwam Roodkapje de wolf tegen. Ze wist niet dat hij gevaarlijk was. Dus ze was helemaal niet bang.


Roodkapje

“Goedemorgen Roodkapje waar ga jij zo vroeg heen”, vroeg de wolf. “Ik ga naar grootmoeder wijn en koekjes brengen omdat ze ziek is”, zei Roodkapje. “Zeg Roodkapje waar woont jouw grootmoeder eigenlijk”, vroeg de wolf toen. “Ruim een kwartier verder het bos in, in het huisje onder de drie grote eiken”, zei Roodkapje.

De wolf dacht ondertussen aan iets heel anders namelijk dat Roodkapje een lekker mals hapje was en vast nog beter zou smaken dan de taaie grootmoeder. Als hij slim was, kon hij ze lekker allebei opeten. Dus de wolf liep een stukje mee en zei: “Kijk eens wat een mooie bloemen. Wil jij hier niet een beetje rondkijken?”

Roodkapje wilde graag een mooie bos voor grootmoeder plukken. Het was nog vroeg dus ze had tijd genoeg. En zo ging ze van het pad af en dwaalde steeds dieper het bos in.


Roodkapje

Intussen liep de wolf regelrecht naar het huisje van grootmoeder en klopte op de deur. “Wie is daar?” “Roodkapje met wijn en koekjes, doe open!” “Kom maar zelf binnen. ik kan niet opstaan”, riep grootmoeder.


Roodkapje

Toen de wolf binnen was, sprong hij op het bed en….at grootmoeder in een keer helemaal op. Daarna trok hij haar nachtpon aan, zette haar slaapmuts op en ging in bed liggen met de gordijnen dicht.

Toen Roodkapje met haar armen vol bloemen bij het huisje kwam, was ze verbaasd dat de deur open was. Binnen leek alles ook al zo vreemd. Ze werd bang maar wist niet waarom. “Goedemorgen”, riep Roodkapje maar niemand gaf antwoord. Toen deed ze de gordijnen open. In het bed lag grootmoeder maar ze zag er zo raar uit met haar slaapmuts over haar gezicht.

“O grootmoeder wat heb je grote oren.”
“ Dat is om jou beter te kunnen horen liefje.”
“En wat heb je grote ogen.”
“Dat is om je beter te kunnen zien meisje.”
“Maar je grote handen.”
“Dat is om jou goed vast te houden.”
“Ach grootmoeder wat heb je grote tanden.”
“Dat is om jou lekker op te eten…”


Roodkapje

De wolf sprong uit bed en at ook Roodkapje in een keer helemaal op. Met zo’n lekkere volle buik sliep hij meteen en snurkte als de beste. Er kwam een jager langs. Hij dacht: “Wat snurkt dat oude vrouwtje hard!. Ik ga maar eens een kijkje nemen”. Hij zag de wolf en zei: “Dus hier ben je ouwe schurk. Ik was al zo lang naar je op zoek.”

Hij wilde op de wolf schieten met zijn geweer maar bedacht opeens dat de wolf grootmoeder misschien wel had opgegeten. Wie weet zou hij haar nog kunnen redden. Hij knipte met een schaar de buik van de slapende wolf open en zag meteen een rood kapje. Het meisje sprong eruit en riep: ”Ik was zoooo bang in de buik van de wolf. Het was er zoooo donker.” Ook grootmoeder werd gered, zij het op het nippertje.

Daarna stopte de jager de buik van de wolf vol stenen. Toen de wolf wakker werd, wilde hij weg hollen. Maar de stenen hielden hem tegen. Hij viel op de grond en werd nooit meer wakker.

De jager, grootmoeder en Roodkapje waren blij. De jager nam de vacht van de wolf mee naar huis. Grootmoeder dronk lekker van de wijn, at alle koekjes op en voelde zich al gauw beter. En Roodkapje zei tegen zichzelf: “Ik zal zo lang ik leef nooit meer van het bospad afgaan en echt naar mijn moeder luisteren.”

Download de PDF van Roodkapje met plaatjes