De Drie Beren

Robert Southey


De Drie Beren

Er waren eens drie beren. Ze woonden met zijn drietjes in het midden van een bos. Een van de beren was een pietepeuterige, popperige, kleine beer. De tweede beer was een middelgrote beer. De derde beer was een gigantische grote beer.

De drie beren aten elke ochtend zelfgemaakte pap. De kleine beer at het uit een kleine kom, de middelgrote beer at het uit een middelgrote kom en de grote beer at het uit een gigantische grote kom.


De Drie Beren

De beren hadden allemaal hun eigen stoel. Vanzelfsprekend had de kleine beer een klein stoeltje en de middelgrote beer had een stoel van gemiddelde grootte. De gigantische grote stoel was natuurlijk voor de grote beer.

Ze sliepen alle drie ook in een eigen bed. De kleine beer sliep in een klein bed, de middelgrote in een middelgroot bed en de grote beer had een eigen bed van een enorm groot formaat.

Op een dag maakten ze in de ochtend hun pap. Ze schonken de pap in hun kom en gingen het bos in. De pap kon zo alvast afkoelen tijdens hun ochtendwandeling.


De Drie Beren

Terwijl de beren aan het wandelen waren, kwam er een kleine oude vrouw naar het huis van de beren. Ze koekeloerde door het sleutelgat naar binnen. Voorzichtig deed ze de voordeur open en gluurde ze naar binnen. Daar zag ze op de tafel drie kommen met pap staan. Ze kreeg er honger van!

Eerst proefde ze de pap van de grote beer, maar die was nog veel te heet. De pap van de middelgrote beer was koud. Bah! De pap van de kleine beer was precies goed. Ze at de kom helemaal leeg.


De Drie Beren

Het vrouwtje ging zitten in de stoel van de grote beer, maar deze was veel te groot voor haar. De stoel van de middelgrote beer vond ze te zacht. De stoel van de kleine beer zat perfect. Ze wiebelde er vrolijk in tot ze opeens door de bodem zakte.


De Drie Beren

Het oude vrouwtje vond daarna de slaapkamer waar drie bedden stonden. Het grote bed vond ze veel te groot en het middelgrote bed ook. Maar het bed van de kleine beer was precies goed. Dus ging ze daarop liggen. Het lag zo heerlijk dat ze al snel in een diepe slaap viel.


De Drie Beren

In de tussentijd kwamen de drie beren thuis. De grote beer zag een lepel in zijn pap, en zei: ‘Wie heeft er aan mijn pap gezeten? De middelgrote beer zag ook een lepel in haar kom, en zei: ’En wie heeft er aan mijn pap gezeten?’ De kleine beer zag dat haar kom pap helemaal opgegeten was, en riep: ‘Wie heeft mijn pap helemaal opgegeten?’


De Drie Beren

De beren keken om zich heen en zagen dat er iemand in hun stoel had gezeten. ‘Wie heeft er in mijn stoel gezeten?’, vroeg de grote beer. “Wie heeft er in mijn stoel gezeten?’, vroeg de middelgrote beer. De bodem van de kleine stoel lag op de grond en de kleine beer keek ernaar en riep: ‘Wie heeft mijn stoel kapot gemaakt?’

De drie beren gingen naar de slaapkamer en hier zagen ze dat alle bedden waren gebruikt en er lag een klein vrouwtje in het kleine bed van de kleine beer. De grote beer brulde: ‘Wie heeft er in mijn bed gelegen?’ De middelgrote beer zei: ‘Er heeft ook iemand in mijn bed gelegen!” De kleine beer riep: ‘Er ligt hier iemand in mijn bed!’


De Drie Beren

Het oude vrouwtje schrok zo van de stem van de kleine beer, dat ze uit het raam sprong en zich uit de voeten maakte.

Het vrouwtje had wel de stem van de grote beer gehoord, maar omdat ze zo diep sliep, dacht ze dat het geluid van een harde wind of gerommel van de donder was. Met de stem van de middelgrote beer dacht ze dat ze iemand in haar droom hoorde praten. Het was de scherpe, schelle stem van de kleine beer waar ze wakker van schrok. Toen ze de drie beren aan de ene kant van het bed zag, tuimelde ze aan de andere kant eruit en sprong ze uit het raam om snel weg te rennen.

De beren hebben haar daarna nooit meer gezien.


De Drie Beren

Download de PDF van De Drie Beren met plaatjes