Maya de bij wordt vriendinnen met de koningin (17/17)

Het lawaai van het gevecht wekte Maya uit een korte slaap. Ze wilde meteen naar buiten om de stad te helpen verdedigen maar ze merkte dat ze nog te zwak was. Een worstelende hoop bijen en een horzel kwam naar haar toe rollen. Uiteindelijk viel de horzel uitgeput neer. Hij vocht zolang hij kon, zonder klagen, maar moest toen de strijd opgeven. De bijen haastten zich terug naar de ingang.

Maya’s hart ging hevig tekeer. Ze vloog naar de horzel die opgerold lag maar nog wel ademde. Toen Maya zag dat hij nog leefde, bracht ze wat water en honing voor hem. Maar hij schudde zijn hoofd en wuifde haar weg met zijn hand.

“Ik neem wat ik wil”, zei hij trots. “Ik geef niet om cadeaus.”

“Oh”, zei Maya, “ik dacht alleen dat je misschien dorst had.”

De jonge officier-horzel glimlachte naar haar en zei toen, niet treurig, maar met een vreemde ernst: “Ik moet sterven.”

De kleine Bij kon geen antwoord bedenken. Voor het eerst in haar leven leek ze te begrijpen wat het betekende om te moeten sterven.

“Als er maar iets was dat ik kon doen”, zei ze en ze barstte in tranen uit. Maar de horzel antwoordde niet meer, hij was dood.

Maya vergat nooit wat ze van dit korte afscheid had geleerd. Ze wist nu dat haar vijanden wezens waren zoals zij, die ook van het leven hielden. Ze dacht terug aan de bloemenelf die haar over zijn wedergeboorte had verteld, toen het lente werd. Ze wilde nu graag weten of dat met andere wezens ook zo ging. “Ik ga gewoon geloven dat het zo is”, zei ze zacht tegen zichzelf.

Toen werd ze bij de koningin geroepen. Maya was erg verlegen en beefde op haar pootjes. Er heerste een plechtige stemming want een aantal officieren van de koningin had de strijd niet overleefd. Toch heerste er ook vreugde. De koningin stond op, liep naar de kleine Maya en nam haar in haar armen. Dit had Maya nooit verwacht en ze werd door dit gebaar zo diep in haar hart geraakt dat ze in tranen uitbarstte.

Alle bijen waren ontroerd. Ze waren allemaal heel dankbaar voor de dappere daad van deze kleine Bij. Maya moest nu vertellen hoe ze het plan van de horzels te weten was gekomen en hoe ze erin geslaagd was uit de vreselijke gevangenis te ontsnappen. Maya vertelde over de libelle met haar glinsterende vleugels, over de sprinkhaan, over Thekla de spin en Puck en hoe geweldig Bobbie haar had geholpen. Toen ze over de bloemenelf en de mensen vertelde, werd het heel stil in de bijenkorf.

“Ah,” zei de koningin glimlachend, “wie had gedacht dat bloemenelfen zo mooi waren? Hun lied is ook prachtig.”

Maya ging verder met haar verhaal over de horzels en alle bijen luisterden ademloos.

“Vreselijk,” zei de koningin, “echt verschrikkelijk…”

“En zo”, eindigde Maya, “kwam ik thuis. En ik vraag uwe Majesteit om vergeving”.

Maar niemand nam het de kleine Bij kwalijk dat ze uit de korf was weggelopen.

“Je bent je huis en je mensen niet vergeten”, zei de koningin vriendelijk. “In je hart was je loyaal. Dus we verstoten je niet. Voortaan zul je aan mijn zijde blijven en mij helpen met staatszaken. Op die manier kun je alles wat je geleerd hebt, tijdens je avonturen, inzetten voor je volk en je land.”

Toen klonk er een goedkeurend gejuich.

Zo eindigt het verhaal van de avonturen van Maya de Bij. Ze zeggen dat ze veel goed werk heeft verricht voor haar bijenvolk en zeer geliefd was. Ze leeft nu als een oude dame van haar pensioenhoning. Soms gaat ze ’s avonds een praatje maken met de jonge bijen die graag luisteren naar alle avonturen die ze meegemaakt heeft.

image_pdfDownloadimage_printPrint